Iedereen journalist!
Dr. Paul Belien

Een "blog" (afkorting van "weblog") is een logboek op het "web" of internet. Velen schrijven er hun diepste ontboezemingen neer. Talrijke blogs bevatten banaliteiten, maar er zijn ook parels bij. De meeste "bloggers" houden het niet lang vol om geregeld beschouwingen te blijven schrijven, maar sommigen doen dat wel. Er zijn erg goede bloggers, zoals een Amerikaanse historicus en hoogleraar die in maart 2002 een conservatieve, christelijke blog begon: "Tolle, blogge." De naam is een verwijzing naar Sint-Augustinus die bekeerd werd toen hij de Bijbel begon te lezen nadat hij kinderen onder zijn raam een Latijns versje hoorde zingen: "Tolle, lege." (Neem op en lees).

Tussen dergelijke bloggers en columnisten zoals ondergetekende, bestaat weinig verschil. Ik heb er geen probleem mee om bloggers als collega's te erkennen. Het enige verschil is het medium dat de teksten verspreidt. Bij de journalist gebeurt dit via bedrukt papier, bij de blogger via het internet. Indien Mark Grammens zijn teksten op het web zette, zou hij een blogger zijn. Sommige bloggers, zoals mijn vriend Stephen Pollard, die één van de meest gelezen blogs in Groot-Brittannië heeft, zijn trouwens professionele journalisten.

Navelstaren

Er bestaan blogs die volgeschreven worden door één persoon en blogs die het werk zijn van een collectief van gelijkgezinden. Bij deze "collectivisten" vindt men de libertariërs van Samizdata. Ook Vlaanderen heeft interessante bloggers zoals Luc Van Braekel. Vele bloggers verwijzen op hun beurt naar andere interessante blogs. Een zoektocht van een paar uurtjes op het internet, levert honderden blogs op. Het probleem met het internet is niet dat men er te weinig vindt, maar veel te veel. Het probleem is de selectie.

Iemand die mensen helpt om in het bos de juiste bomen te vinden, is James Taranto, de chef van Opinionjournal, de internet-editie van The Wall Street Journal. Hij heeft een dagelijkse column op het net (Best of the web today), elke dag gelezen door meer dan 120.000 mensen, waarin hij naar interessante webberichten verwijst.

James noemt zichzelf een blogger. "Mijn rubriek is een blog," zegt hij. Hij speurt voortdurend het internet af en brengt daar dagelijks verslag over uit. Elke werkdag. Dat mag u zeer letterlijk nemen, want twee jaar geleden nam James zelfs geen vakantie. Vorig jaar nam hij twee weken, en ook dit jaar was hij de eerste twee weken van augustus met verlof. Zo ontmoette ik James begin deze maand op zijn vakantie-uitvalsbasis bij een gemeenschappelijke vriend in Brussel. Hij vertelde ons over de democratische conventie in Boston die hij eind juli bijwoonde. John Kerry maakt geen kans om de Amerikaanse presidentsverkiezingen te winnen, maar de democraten waren wel zo verstandig om, naast de tientallen binnen- en buitenlandse journalisten, dertig bloggers te accrediteren voor de conventie. Dat leidde tot een grappige situatie. Omdat het om een primeur ging, hielden de journalisten er zich mee bezig de bloggers te interviewen, terwijl de bloggers verslag uitbrachten over de interviews. Het was een onwennig, wederzijds navelstaren tussen de oude en de nieuwe vorm van journalistiek.

Drempel

Niet iedereen ziet de bloggers graag komen. In De Standaard schreef Dominique Deckmyn eind juli een pissig stuk over de aanwezigheid van de bloggers op de conventie in Boston. Een bedenkelijke evolutie, aldus Deckmyn: "Een journalist beoefent een heel welomschreven discipline. Hij controleert zijn bronnen. Hij beschuldigt geen personen zonder wederwoord. Zijn artikels moeten de drempel van de eind- en hoofdredactie halen, alvorens de lezer ze te zien krijgt. Een blog en een journalistiek artikel zijn dus twee heel verschillende dingen. De huidige vrijage tussen de professionele media en het wereldje van de bloggers zit me daarom wat dwars." (Ik vond Deckmyns opmerkingen op de blog van Luc Van Braekel, want zelf lees ik DS al enige tijd niet meer - absoluut tijdverlies).

Wat Deckmyn de bloggers verwijt, zijn kwalen van een groot deel van de Vlaamse pers. Die controleert geen bronnen, beschuldigt zonder wederwoord en broodrooft mensen. Denk aan notaris X, Soetkin Collier, Prof. Luc Lamine. Het enige verschil tussen bloggers en journalisten is dat laatstgenoemden inderdaad "de drempel" van de eind- en hoofdredactie moeten halen, terwijl bloggers hun teksten rechtstreeks aan de lezer voorleggen. Het halen van die drempel is echter geen kwaliteitskenmerk, maar een teken van onderdanigheid aan het regime.

Zo haalt uw dienaar "de drempel" van Peter Vandermeersch niet, maar wèl die van hoofdredacteurs die niet kruipen voor het Belgische regime, zoals Leo Custers en zijn buitenlandse collega's van The Spectator en The Wall Street Journal.

Iedereen baron!

Blogger Van Braekel merkte in zijn reactie op Deckmyn op: "Geen enkele blogger houdt de pretentie hoog dat zijn blog een journalistiek medium zou zijn." Het omgekeerde is, althans in het buitenland, wel het geval. James Taranto, Deckmyns equivalent bij de WSJ, is immers, zoals ik al zei, niet te beroerd om zijn journalistiek product een blog te noemen.

De Belgische regimepers is gebeten op de bloggers omdat deze mensen aan hun controle ontsnappen. Bloggers kan je niet ontslaan als Luc Van Loon. Ze laten zich evenmin door Jos Bouveroux, "de éminence grise van de journalistiek," vermanen dat, in het belang van de strijd tegen de politieke oppositie, "het hele mediaklimaat" voortaan "de positieve dingen moet benadrukken" (Pas-Uit, juli). Guy Verhofstalin kan over de baas van de bloggers niet zeggen dat hij "de hoofdredacteur in één of andere VRT-gang en passant tot de orde heeft geroepen" (Humo, 16 december 2003). Bloggers hebben geen censor, en toch maken ze vandaag integraal deel uit van "het hele mediaklimaat." Het enige wat Albert II kan doen is alle bloggers omkopen met een titel. Vandaag iedereen journalist, morgen iedereen baron!!

08/08/04

Leeuw