De nuntius en de Vlamingen
Déjà-vu, déjà-lu
Dr. Paul Belien

Volgens Lode Claes was het ongeluk van de Vlamingen dat zij katholiek waren. "Indien Vlaanderen 15% protestanten had gehad, was het al lang de baas geweest," placht hij te zeggen. Claes had gelijk. Daaraan herinnerde de nuntius ons onlangs.


De katholieke hiërarchie heeft in Vlaanderen de nationale ontvoogdingsstrijd nooit gesteund, ook al verliep die strijd volledig geweldloos. Waarom zij dat niet deed, heeft volgens mij een prozaïsche reden: de Belgische staat subsidieert de kerk. Ik ben een katholiek en verdedig alle geloofswaarheden en morele voorschriften van mijn kerk, maar kan niet ontkennen dat de bekommernis van de bisschoppen en kardinalen die wij de voorbije 175 jaar hebben gehad, niet uitging naar de rechten van ons volk, maar altijd naar het voortbestaan van het regime waaraan zij hun inkomen ontleenden. Daarom is het een vloek voor een kerk dat zij, zoals bij ons, door de staat gesubsidieerd wordt.

Storend

De brief die Karl-Josef Rauber, apostolische nuntius in Brussel, begin juli aan Patricia Ceysens, de toenmalige Vlaamse minister van Buitenlands Beleid, schreef, is geen brief, zoals verkeerdelijk wordt gedacht, van de diplomatieke vertegenwoordiger in Brussel van de staat Vaticaanstad, maar wel van de vertegenwoordiger van de Heilige Stoel, het hoogste orgaan van de Katholieke Kerk. Een nuntius vertegenwoordigt geen staat, maar de kerk.

"Voor ons is de eenheid van België van vitaal belang," schreef Rauber. Hij liet Ceysens daarom weten dat hij alleen betrekkingen wil onderhouden met "het koninkrijk België," en niet met Vlaanderen, alhoewel de Belgische deelstaten de exclusieve internationale bevoegdheid, inclusief het verdragsrecht, hebben voor alle materies (zoals onderwijs) waarvoor zij in België intern bevoegd zijn.

Storend aan Raubers brief was vooral het hoge déjà-lu gehalte: "Er moet een einde komen aan alle separatistische tendensen. De monarchie heeft daarbij een onvervangbare rol als integrerende kracht." Die boodschap hoorden we decennia geleden al.

Leugen

Toen in 1919 de Frontpartij ontstond en de flamingantische vleugel steeds belangrijker werd in de Katholieke Partij, vroeg koning Albert I aan de toenmalige nuntius, Mgr. Nicotra, om de Vlamingen tot de unitaire orde te roepen. In februari 1921 gaf de nuntiatuur een brief vrij van paus Benedictus XV waarin alle geestelijken werden opgeroepen zich ver van de Vlaamse Beweging te houden. Voor de Belgische staat was dat niet voldoende. "De extremistische propaganda, en met name de separatistische doelstellingen, bedreigen de sociale orde en de eenheid van het land," schreef Albert I in 1926 aan de nieuwe paus, Pius XI, die hij vroeg om ook de leken te vermanen.

Baron Beyens, de Belgische ambassadeur in het Vaticaan, vroeg de paus om op te treden tegen "de verblinde propagandisten van een onafhankelijke Republiek Vlaanderen." Hij schreef dat "de flamingantische leiders ijveren voor de totale autonomie van het Vlaamse landsgedeelte. Zij noemen het een administratieve scheiding, maar in feite wensen ze volledige onafhankelijkheid, een verbreken van de nationale eenheid." Dat was een leugen. Niemand bepleitte in 1926 de Vlaamse onafhankelijkheid noch een republiek. Pius XI stond echter toe dat in België aan de formulering tijdens de Heilige Mis werd toegevoegd dat zij opgedragen werd "in gemeenschap met de Paus, de plaatselijke bisschop en met koning Albert."

Waterkanon

Het is in die geest dat Mgr. Rauber vandaag naar de Vlaamse regering schrijft. Hij gebruikt bijna dezelfde woorden als Albert I en Baron Beyens 78 jaar geleden en vermaant Ceysens (die niet eens twijfelt aan het "vitaal belang van België" en de "onvervangbare kracht van de monarchie") dat hij met "separatistische tendensen," en dus ook met de Vlaamse regering, niets te maken wil hebben.

Ik ben er, zoals gezegd, als katholiek van overtuigd dat aan de overheidssubsidiëring van de kerk(en) in ons land een einde moet komen. Deze subsidiëring corrumpeert de kerk. Ik ben er vandaag ook van overtuigd dat er in het onafhankelijke Vlaanderen geen nuntiatuur moet komen. We hebben geen vreemde monseigneurs nodig om ons politiek de les te spellen.

En de rol van de nuntius als vertegenwoordiger van het hoogste kerkelijke orgaan dan? Dat is een discussie die eerder in een blad als Tertio thuishoort dan in Doorbraak. Ik wel er toch één ding over kwijt: Ik ben ooit, samen met tweehonderd ouders en grootouders, naar de nuntiatuur getrokken om de nuntius onze zorgen mee te delen over het moreel onderricht in de godsdienstlessen op school. De nuntius had de politie opgetrommeld, met waterkanonnen en overvalwagens, om ons uit de buurt te houden. We hebben noch de nuntius noch een vertegenwoordiger te zien gekregen. De nuntiatuur dient voor gelovigen dus tot niets. Daarom, wat mij betreft, afschaffen die boel.

15/07/04

Leeuw