Luc Van der Kelen lees ik graag omdat hij één van de weinige Vlaamse editorialisten is die duidelijke standpunten durft innemen. Bij Van der Kelen weet je tenminste waar hij staat. In dat opzicht hoort hij thuis in de Angelsaksische school van de opiniejournalistiek. Duidelijke taal heeft het voordeel van botsende meningen. Misschien kan een consensuscultuur nuttig zijn in de politiek (al heb ik ook daar mijn twijfels bij), maar in de opiniejournalistiek moet er conflict zijn, moet er gevochten worden op het scherp van de snee, en mag er (figuurlijk uiteraard) zelfs al eens bloed vloeien. Ik ben ooit, na een artikel in NRC-Handelsblad, door de Nederlandse columnist Henk Hofland zodanig afgemaakt dat de herinnering eraan me nog altijd deugd doet.
Duidelijke standpunten roepen hevige gevoelens op: volledig mee eens, of volledig mee oneens. Met Van der Kelen ben ik het vaak eens, maar soms ook niet. Als het over Amerika of over het "vaderland" gaat, sta ik in het andere kamp. Neem nu zijn editoriaal, naar aanleiding van 175 jaar België, in Het Laatste Nieuws van vorige woensdag: "België staat symbool voor vrede." Daarin staat te lezen dat België moet blijven bestaan omdat, indien het verdwijnt, bewezen wordt dat mensen van verschillende culturen eigenlijk niet kunnen samenleven in vrede.
Europa heeft de voorbije 15 jaar echter drie andere artificiële staten uit elkaar zien vallen: Tsjechoslovakije, de Sovjet-Unie en Joegoslavië. Ik weet niet of er voorafgaand aan de Tsjechoslovaakse scheiding Tsjechoslovaakse Van der Kelens waren die blokletterden "Tsjechoslovakije staat symbool voor vrede" en die het standpunt verkondigden dat de twee volkeren samen moesten blijven omdat het verdwijnen van de Tsjechoslovaakse staat zou bewijzen dat verschillende culturen niet vreedzaam kunnen samenleven. Indien ze er waren, dan heeft de geschiedenis hun in elk geval ongelijk gegeven.
Niet het voormalige Tsjechoslovakije, maar de Tsjechoslovaakse scheiding staat vandaag symbool voor vrede. Beide landen zijn van de scheiding trouwens beter geworden. Tegen alle verwachtingen in is het zwakkere broertje, Slovakije, zelfs het beste gevaren met de scheiding. Het werd erdoor gedwongen zijn lot in eigen handen te nemen in plaats van te blijven parasiteren op het rijkere Tsjechië. Parasiteren is de economische praxis van het socialisme. De scheiding leidde in Slovakije dan ook - noodgedwongen, maar daarom niet minder heilzaam - tot het einde van de socialistische mentaliteit en tot een "boom" van economische creativiteit die wij ook Wallonië van harte toewensen. Daarom is het opdoeken van België het beste cadeau dat Vlaanderen de Walen ooit kan geven. Scheiden wordt een win-win-situatie. Het zal de vrede garanderen en de welvaart vergroten.
Zelfs de Sovjet-Unie is vreedzaam uit elkaar gevallen. Ook daar staat de scheiding symbool voor de vrede. Alleen in Tsjetsjenië brak een bloedige burgeroorlog uit. Waarom? Uitgerekend omdat Rusland de Tsjetsjenen niet wilde laten gaan, zoals het de Balten, de Oekraïeners en andere volkeren wel liet gaan. Blijkbaar wilde men in Moskou absoluut bewijzen dat het samenblijven van Russen en Tsjetsjenen een vredeslesje voor de wereld moest zijn. Vandaag heerst er burgeroorlog. Indien men in 1991 de scheiding had toegestaan, zou er vrede heersen. Dan was Tsjetsjenië misschien ook één van de vele Oosteuropese "boomende" economieën met een vlaktaks geweest.
Joegoslavië is het voorbeeld dat ons vaak voor de voeten wordt gegooid als waarschuwing voor de eventuele gevolgen van een scheiding. Hier leidde de ontbinding van een artificiële staat inderdaad tot een burgeroorlog, al moet ook die bewering genuanceerd worden. De afscheiding van Slovenië gaf immers geen problemen, maar tussen Kroatië en Servië ging het fout, evenals tussen de Serviërs en de Bosniërs en Albanezen. Opvallend daarbij is echter dat het niet de taalkundige tegenstellingen waren die tot geweld hebben geleid, maar dat het etnische conflict zich uitsluitend voordeed waar volkeren er een verschillende godsdienst op na hielden. Blijkbaar trekken volkeren die met elkaar van religie verschillen, zelfs al delen ze dezelfde taal, vlugger de wapens dan volkeren die dezelfde religie hebben maar een andere taal spreken.
Omdat er bij de Vlaams-Waalse tegenstelling geen godsdienstige tegenstelling speelt, is de kans dat een Vlaams-Waalse scheiding op een Joegoslavisch scenario uitloopt, erg onwaarschijnlijk. Er is daarom geen enkele reden waarom de Vlamingen en de Walen terwille van de wereldvrede bij elkaar zouden moeten blijven. Integendeel, de oude volkswijsheid dat "duidelijke grenzen, goede buren" maken (good fences make good neighbours) houdt veel meer rekening met de menselijke natuur dan de bewering van Luc Van der Kelen dat België een boodschap van hoop voor de wereld biedt omdat het aantoont dat "solidariteit tussen groepen van mensen mogelijk is." Solidariteit is in de Belgische context een georganiseerde diefstal van Vlaamse welvaart die al 175 jaar bezig is en die, zoals Prof. Juul Hannes aantoonde, nooit in de andere richting heeft gewerkt.
Dat was erg voor Vlaanderen, maar uiteindelijk nog erger voor Wallonië dat als een heuse junkie verslaafd is geworden aan de financiële transfers die het toegediend krijgt door een corrupte dealer, de Parti Socialiste. De enige remedie om de junkie te redden is de financiële drooglegging die de Walen zal dwingen op eigen benen te staan. Wallonië kan van de scheiding alleen beter worden omdat deze eens en voorgoed komaf maakt met het socialisme. Dat is immers de ware vijand. En indien Vlaanderen, na de Belgische scheiding, niet achter wil geraken op een "boomend" Wallonië, zal ook Vlaanderen zijn zogenaamd "sociale" welvaartssysteem met corrumperende "herverdelingsmechanismen" moeten afbouwen. Dat wordt de tweede faze van onze bevrijdingsstrijd.
16/02/05
