Vlak Vlaanderen

Dr. Paul Belien

Als we ons niet vergissen, was Peper & Zout in juli 1997 het allereerste blad in Vlaanderen waarin een pleidooi gehouden werd voor de vlaktaks. De flat tax of vlaktaks is een belastingstelsel waar geen verschillende tarieven worden gehanteerd per belastingschijf, maar waar er slechts één tarief is die voor alle inkomsten en bedrijfswinsten steeds even hoog (laag) blijft.

De vlaktaks betekent een enorme vereenvoudiging van de fiscaliteit omdat tegelijk alle aftrekken in de belastingwetgeving worden geschrapt (behalve een belastingvrij minimum voor burgers). In dit eenvoudige systeem zou iedereen voortaan zijn jaarlijkse belastingbrief kunnen invullen in nauwelijks drie minuten tijd op een formulier ter grootte van een briefkaart.

Vandaag zijn het vooral de armen die het gelag betalen omdat de rijken en de grote firma's profiteren van het ingewikkelde stelsel. Zij kunnen immers experten inhuren die alle uitzonderingsmaatregelen kennen en alle kneepjes om belastingen te ontwijken. Daardoor ontsnappen de grote vissen, terwijl de kleintjes, zoals de gewone loontrekkenden, het volle pond betalen.

Groei

De vlaktaks verovert vandaag de wereld. Estland voerde als eerste land ter wereld in 1994 de vlaktaks in door, voor burgers zowel als bedrijven, een uniforme inkomensbelasting te heffen van 26%. Het leidde tot een enorme economische groei en stijging van de welvaart. Een vlaktaks stimuleert mensen immers om harder te werken omdat op extra werk geen fiscale bestraffing volgt. Het Estse voorbeeld werkte aanstekelijk, zoals uit de tabel blijkt. Inmiddels hebben acht andere landen het voorbeeld gevolgd, waaronder Roemenië op 1 januari van dit jaar, terwijl Estland zijn eenheidstarief volgend jaar verder verlaagt tot 20%.

Invoering van de vlaktaks
Tussen 1994 en 2005

Estland   26%
Litouwen  33%
Letland   25%
Rusland   13%
Servië    14%
Oekraïne  13%
Slovakije 19%
Georgië   12%
Roemenië  16%

Tsjechië, Polen en Irak zullen volgend jaar wellicht eveneens een vlaktaks invoeren (15% in Polen en Irak). Zelfs de Nederlandse regering overweegt om na de verkiezingen van 2007 een vlaktaks in te voeren (daarbij wordt gedacht aan een tarief tussen 30 à 35%).

Straks in de VS

Ook de Verenigde Staten willen tijdens de tweede ambtstermijn van George W. Bush eindelijk werk maken van hun belastingstelsel. Reeds in 1997 stelde Dick Armey, de toenmalige Republikeinse fractieleider in het Huis van Afgevaardigden, voor om een vlaktaks van 17% in te voeren.

Concreet komt zo'n voorstel erop neer dat alle bestaande belastingen worden afgeschaft en vervangen door een inkomensheffing van 17% die zowel voor burgers als bedrijven geldt. Het tarief is altijd 17%, ongeacht het inkomen.

Bedrijven betalen altijd 17%. Voor individuele burgers bestaat een belastingvrij minimum van omgerekend zo'n 10.000 euro, waarop niets betaald moet worden. Voor een gehuwd koppel bedraagt het belastingvrij gezinsinkomen 20.000 euro, dat voor elke persoon ten laste nog eens met zo'n 4.600 euro verhoogd wordt. Een gezin met twee kinderen en een jaarlijks gezinsinkomen van 43.000 euro betaalt aldus 17% op 13.800 euro (2.346 euro) aan belastingen. Een gezin met vijf kinderen en een inkomen van 43.000 euro betaalt niets.

Overheidsinkomsten

In landen waar de vlaktaks werd ingevoerd, leidde dit paradoxaal genoeg tot een stijging van de overheidsinkomsten. Dat komt omdat in het huidige ingewikkelde systeem de rijken en de grote bedrijven nooit de belastingen betalen die ze zouden moeten betalen omdat ze de fiscale achterpoortjes kennen om belastingen te ontwijken. In een vlaktaks-stelsel worden al deze achterpoortjes gesloten. In Rusland verdubbelden de belastinginkomsten nadat een vlaktaks van 13% werd ingevoerd. In Duitsland, waar bedrijven onderworpen zijn aan een vennootschapsbelasting van 38,3%, betalen alle ondernemingen samen slechts 0,7% van het BBP aan belastingen, terwijl dit in Slovakije, met een vlaktaks van 19%, 2,3% van het BBP is.

De vlaktaks heeft in de praktijk inderdaad twee gevolgen: (1) het stimuleert de economische groei; en (2) de rijken betalen méér belastingen dan de armen, terwijl dit in de ingewikkelde (en daardoor onrechtvaardige) systemen van West-Europa in de praktijk niet het geval is. Ook bij ons laten poenscheppers zich fictief een minimumloon uitbetalen door hun eigen zaak, terwijl dit bedrijf omwille van de massale aftrekposten zogezegd geen winst maakt. Alleen gewone sukkels die geen adviseurs inzake fiscale spitstechnologie kunnen betalen, betalen wat zij werkelijk verschuldigd zijn. Doordat er minder ontdoken en afgetrokken wordt, kan het tarief voor een vlaktaks relatief laag blijven.

De Franse economist Philippe Manière berekende dat niemand in Frankrijk de hoogste belastingschijf van 49% betaalt en dat de invoering van een vlaktaks van 10% voor de overheid dezelfde fiscale opbrengsten oplevert die ze vandaag heeft, terwijl een vlaktaks van 15% extra geld binnenbrengt.

Voorstel

Alexandra Colen stelt daarom voor om ook in ons land een radikale belastinghervorming door te voeren, waarbij het bestaande stelsel vervangen wordt door een uniform tarief van 17%, geldend voor het inkomen van individuele burgers zowel als ondernemingen. Alle aftrekposten worden afgeschaft, behalve een belastingvrij minimum van 10.000 euro per belastingplichtige burger of 20.000 euro per koppel, verhoogd met 4.600 euro per persoon ten laste.

Aangezien dit voorstel in Vlaanderen nog "te revolutionair" klinkt, moet kamerlid Colen echter eerst haar eigen partij nog overtuigen van de voordelen der vlaktaks. Het is niettemin belangrijk dit te doen, want Vlaanderen mag de trein van de vlaktaks, die internationaal in volle beweging is, niet missen.

Om sceptici te overtuigen is het voorbeeld van Hong Kong interessant. Daar mag de belastingplichtige zelf de keuze maken tussen het oude belastingstelsel met meerdere tarieven (die in Hong Kong liggen tussen 2 tot 20%) of een vlaktaks (van 16%).

03/03/05

Leeuw