Eén keer in zijn 175-jarige geschiedenis hield België een referendum - waarna de uitslag prompt genegeerd werd. Nooit zal de Belgische ezel zich nog eens aan diezelfde steen stoten.
Terwijl de Europese Grondwet aan een referendum onderworpen werd of zal worden in Spanje (20 februari jl.), Frankrijk (29 mei), Nederland (1 juni), Luxemburg (10 juli), Denemarken (27 september), Ierland (eind september), Polen (najaar 2005), Groot-Brittannië (voorjaar 2006), Tsjechië (juni 2006) en Portugal (medio 2006), gebeurt dat in België niet.
Oud-premier Mark Eyskens (CD&V) vertolkte het standpunt van het politiek establishment toen hij uitlegde dat men een Europese Grondwet die zo ingewikkeld is dat zelfs de parlementsleden ze onmogelijk kunnen begrijpen, niet aan de burgers ter goedkeuring kan voorleggen. Het domme volk zou immers geneigd kunnen zijn om datgene wat het niet begrijpt, af te keuren. Daarom moet de beslissing voorbehouden blijven aan parlementsleden die probleemloos goedkeuren wat ze niet begrijpen.
Zelfs partijen, zoals VLD en Spirit, die beweren dat de invoering van de directe democratie tot de kern van hun partijprogramma behoort, trekken in België hun staart in wanneer het er echt op aan komt om een referendum te organiseren. Volgens spiritistenleider Geert Lambert kan de vraag of de Belgen voor of tegen de Europese Grondwet zijn niet aan de kiezer worden voorgelegd omdat de domme kiezer die vraag zal verwarren met de vraag of hij Turkije in de EU wil. In de tien hogergenoemde landen zijn de kiezers blijkbaar wel verstandig genoeg om te weten waar een referendum om gaat, maar de Belgen zijn daar volgens Lambert niet bekwaam voor.
Ook Elio Di Rupo meende dat het klootjesvolk niet weet waar het over gaat als de Europese Grondwet ter sprake komt. Referenda, zo legde hij de Waalse socialistische achterban uit, kunnen alleen maar over eenvoudige kwesties gaan, zoals de vraag "Moet België blijven bestaan?" 's Anderendaags verduidelijkte hij dat hij dit voorbeeld maar als boutade had gebruikt. "Om te lachen," schreef een Franstalige krant. Met andere woorden: om het domme volk te jennen.
Anders dan in het meertalige Zwitserland kunnen referenda in België niet omdat de invoering van de democratie - en dus zeker de directe democratie - tot het uiteenvallen van België zou leiden. Zoals Jos Verhulst, de specialist terzake, schreef in Secessie (jan. 2001): "In Zwitserland gebeurt het vaak dat de verschillende taalgroepen uiteenlopend stemmen. Die uitkomsten bedreigen echter geenszins de samenhang van dat land. Zo leverde de stemming over de integratie van Zwitserland in 'Europa' een pro-meerderheid op in Franstalig Zwitserland, maar een meerderheid van tegenstanders in Duitstalig Zwitserland. Dit was geen reden voor de eersten om de Zwitserse staat in vraag te stellen. Als het feit dat Vlaanderen en Franstalig België systematisch anders gaan stemmen, tot een breuk zou leiden, bewijst dit niet dat directe democratie onwerkzaam is, maar enkel dat België niet gewenst is door zijn burgers, en dus geen bestaansreden heeft."
De vraag of wij voor- of tegenstanders van België zijn, heeft dus niet zozeer te maken met het nationalistische principe dat elke taalgroep absoluut zijn eigen staat moet hebben; het heeft te maken met het recht van elk volk op democratie. Onze leeuwenvlag is geen etnisch symbool, het is een symbool van ons verlangen naar democratie. Wij willen België opdoeken omdat Vlaanderen, zoals alle landen ter wereld, recht heeft op een democratisch bestuursvorm, waarvan de directe democratie de meest volmaakte vorm is die realiseerbaar is.
Het is bijzonder pijnlijk dat uitgerekend aan de Vlamingen dit recht op direct-democratische zeggenschap wordt ontzegd. Vlaanderen was historisch immers de pionier inzake directe democratie. Zoals de wereldvermaarde rechtshistoricus Prof. Raoul Van Caenegem in Secessie (juli 2001) aantoonde, lagen de wortels van de moderne republikeinse democratie in het middeleeuwse Vlaanderen. Hier werden reeds in 1127-28 in diverse steden direct-democratische volksvergaderingen gehouden waarin de toenmalige graaf van Vlaanderen van zijn macht vervallen werd verklaard. Dit is meer dan anderhalve eeuw voor de Zwitsers in 1291 hun confederatie oprichtten.
België had in 1830 desgewenst bij de republikeins-confederalistische en direct-democratische tradities van de Zuidelijke Nederlanden kunnen aanknopen. Dit gebeurde niet omdat de Belgische rebellie geen democratische revolte was maar een opstand van pro-Franse agenten die annexatie bij het centralistische Frankrijk wilden. Op 6 maart betoogde het FDF met een overweldigend aantal Franse vlaggen in de Vlaamse gemeente Linkebeek. Vlaamse tegenbetogers hadden de leeuwenvlag bij. De symboliek kon niet duidelijker maken waar het in het Belgische conflict om draait: de vlag van de Franse Revolutie van 1789, de vlag van Robespierre, de vlag van de guillotine, tegenover de vlag van de democratie.
10/03/05
