De statistiek van de dood

Dr. Paul Belien

In alle beschaafde culturen worden de lichamen van overleden mensen met eerbied behandeld. Dat doet men uit respect voor de mens die dit lichaam ooit heeft bewoond. De Amerikaanse Terri Schiavo liep in 1990 een hersenbeschadiging op. Ze is niet dood, haar lichaam ademt nog, maar ze kan niet meer slikken en wordt daarom gevoed via een sonde in de maag. Volgens sommigen krantenberichten is Schiavo zich nergens nog van bewust en leeft ze zoals een plant.

Er zijn mensen die planten koesteren. Ze geven ze water, voorzien ze op geregelde tijdstippen van verse aarde en praten er soms zelfs tegen. De ouders van Terri Schiavo hebben de voorbije 15 jaar met hun dochter hetzelfde gedaan. De ouders spreken tegen dat hun dochter zich nergens van bewust zou zijn. Misschien vergissen ze zich. Ik ben geen medicus en kan over de toestand van Schiavo niets zinnigs zeggen, maar het lijkt mij vanzelfsprekend dat een cultuur die dode lichamen met eerbied behandelt, ook de mens die nog leeft maar tot het vegetatieve niveau is afgedaald, met respect moet behandelen. Ook hier doet men dit omwille van de mens die dit vegetatieve lichaam ooit heeft bewoond.

Hopeloos

De beslissing om de voedingssonde uit Schiavo's maag te verwijderen, beroert Amerika. Duizenden protesteerden tegen de beslissing om haar lichaam de hongerdood te laten sterven. Onder druk van de publieke opinie, probeerden zowel de meerderheid in het Congres als president Bush, de beslissing van een rechtbank om de voeding stop te zetten ongedaan te maken. Die tussenkomst lijkt tevergeefs te zijn geweest. Het is bovendien de vraag of het een goede zaak is dat de wetgevende macht ingrijpt in concrete, individuele gevallen. De Washington Post vindt van niet en bekritiseerde daarom de politieke interventie in een editoriaal (16 maart). Opvallend is dat zelfs de (naar Amerikaanse normen) linkse krant zeer behoedzaam over de zaak schreef. Men kan het ingrijpen van het Congres zeer goed begrijpen, aldus de Washington Post, die haar lezers duidelijk niet voor het hoofd wil stoten met een pleidooi pro euthanasie.

Stalin zei ooit: "Eén dode is een tragedie, een miljoen doden een statistiek." De beroering die de zaak-Schiavo veroorzaakt in de Verenigde Staten, is wellicht mede ingegeven door de vrees van de gewone man dat ook hij riskeert om ooit door dokters beschouwd te worden als een hopeloos geval of als een geval dat de kosten van de medische verzorging niet waard is. Met andere woorden: achter de onrust om de tragedie-Schiavo gaat de vrees van velen schuil om ooit "in de statistiek van de dood" te belanden. De zogenaamde "opiniemakers" (althans in Europa, maar veel minder in de VS) eisen "een recht op euthanasie," maar de gewone man lijkt zich veel meer zorgen te maken om zijn "recht op geen euthanasie."

Grondstroom

Sinds september 2002 is euthanasie in België onder bepaalde voorwaarden wettelijk toegelaten. Eén van die voorwaarden is dat artsen hun ingrijpen rapporteren aan een controlecommissie. Dat gebeurde in de vijftien maanden tussen de legalisering en eind 2003 welgeteld 259 keer. Dit getal bedraagt nog geen 0,25% van het totale aantal overlijdens. Zoals bij abortus, waar eveneens een rapporteringsplicht bestaat, wordt de overgrote meerderheid der gevallen echter niet gemeld. Een studie van de Gentse en Brusselse universiteiten meldde begin vorig jaar dat jaarlijks 900 Vlamingen, of 1,5% van alle 60.000 Vlaamse sterfgevallen, door een terminaal spuitje "uit hun lijden worden verlost" zonder dat zijzelf of hun familie daarom hebben gevraagd (Het Nieuwsblad, 7 feb. 2004). VLD-senator en arts Patrik Vankrunkelsven raamt het werkelijke aantal gevallen waarbij artsen de dood bespoedigen op 13.000 per jaar (Het Laatste Nieuws, 10 dec. 2004). Dit is meer dan één op tien van de 100.000 Belgische sterfgevallen. Mensen enkele maanden vroeger "uit hun lijden verlossen" is een manier om te besparen in de ziekenzorg.

Hoewel de media er niet over berichten, lijkt de "cultuur van de dood," die sluipend onze christelijke beschaving heeft vervangen, een deel van de bevolking wel degelijk dwars te zitten. Vandaar dat de Amerikaanse politici, die zeer goed beseffen waar bij het kiespubliek de gevoeligheden liggen, zich genoodzaakt zagen in de zaak-Schiavo tussen te komen. Vandaar ook dat Michael Howard, de leider van de Britse conservatieven, vandaag de kiezers van Tony Blair hoopt terug te winnen met een campagne voor strengere abortusregels. Er heerst, aldus Rowan Williams, de aartsbisschop van Canterbury, in de samenleving een "grondstroom van afschuw" over de honderden zwangerschappen die dagelijks worden afgebroken in Groot-Brittannië.

Berekening

Bij ons in Vlaanderen wordt naar schatting 1 op 7 zwangerschappen afgebroken, in Groot-Brittannië 1 op 5, in de Verenigde Staten 1 op 4, en wereldwijd 1 op 3. Dat laatste betekent, voor wie van statistieken houdt, 40 miljoen abortussen per jaar.

Katha Pollitt berekende lang geleden in de New York Times Magazine (20 nov. 1988) dat 46% van de Amerikaanse vrouwen minstens één abortus hebben ondergaan tegen dat ze de menopauze bereiken. Laat ons aannemen dat Pollitt overdreef en dat de cijfers vandaag lager liggen, stel op zo'n 25%, dan betekent dit nog steeds dat een kwart van de vrouwelijke kiezers (en bijgevolg een achtste van alle kiezers) rechtstreeks belang heeft bij het instandhouden van de abortuswetgeving. Desondanks bleek George Bush in november 2004 in staat de verkiezingen te winnen met een ethisch-conservatieve agenda. Desondanks voelt Hillary Clinton, de voorvechtster van de zogenaamde vrouwenrechten, zich vandaag genoopt om zich te distantiëren van de pro-abortusbeweging omdat ze beseft dat ze anders geen kans maakt bij de verkiezingen in 2008. Desondanks trekt ook een politieke berekenaar zoals Michael Howard, vandaag resoluut de ethisch-conservatieve kaart. We kunnen hier alleen uit afleiden dat, althans in de Angelsaksische wereld, de "grondstroom van afschuw" bij mensen die niet luidkeels om het "recht" op abortus of euthanasie schreeuwen, enorm groot moet zijn.

24/03/05

Leeuw