Ten strijde voor België

Dr. Paul Belien

De VRT is op zoek naar de "grootste Belg" aller tijden. De kans is reëel dat de laureaat iemand wordt die tijdens zijn leven het begrip België niet eens kende. Wanneer Rubens over België hoorde spreken, dacht hij aan het Latijnse woord (Belgica) voor "Nederland."

België als zelfstandig begrip, los van zijn Nederlandse context, is een recent verschijnsel dat nog geen twee eeuwen oud is. De Belgische koningen, afkomstig uit een vorstenhuis dat met het land geen enkele band had, hebben het er lastig mee gehad om aan dit België een inhoud te geven. Leopold I probeerde het katholicisme tot het wezenskenmerk van België te maken, maar zijn zoon, Leopold II, begreep dat dit in de moderne tijden niet meer kon lukken. Vandaar dat hij vond dat er een Belgisch nationalisme gecreëerd moest worden. De beste manier om dat te doen, zo meende hij, was het land een imperium schenken, hetzij door oorlog te voeren, hetzij door een koloniaal rijk te stichten.

Frisse oorlog

Dat Leopold II de Belgen, tegen hun wil, een kolonie opdrong, is algemeen geweten. Zijn oorlogsplannen zijn minder bekend. Reeds als kroonprins probeerde hij België in een frisse oorlog te storten. Het voor de hand liggende slachtoffer was Nederland. In 1854 stuurde de jonge Leopold zijn medewerker Adrien Goffinet, die hij later tot baron benoemde, naar Holland om de kracht van het Nederlandse leger te peilen. Tegelijkertijd onderhandelde de kroonprins met Jérôme Bonaparte, de oom van de Franse keizer Napoleon III, over een gezamenlijke strategie tegen Nederland en Groot-Brittannië.

Leopold hoopte Amsterdam te kunnen innemen via een verrassingsaanval, waardoor hij Nederland wilde verplichten om de provincies Zeeland, Noord-Brabant en Limburg, alsook Indonesië en de hele Nederlandse vloot aan België af te staan. "Als dat lukt," zo schreef Leopold naar Parijs, "dan zullen de Franse en de Belgische vloot samen even groot zijn als de Britse en dan beheersen wij de wereldzeeën." De Fransen bleken echter niet happig op een conflict met de Britten. Bijgevolg moest Leopold zijn plannen begraven.

Geen scrupules

Een ander militair plan betrof een aanval op Constantinopel. Tijdens een bezoek aan de Turkse sultan in 1860 had de schrandere Belgische kroonprins gemerkt dat het Ottomaanse Rijk een reus op lemen voeten was. Hij had tijdens de reis een stel juwelen gestolen van de sultan, maar de diefstal werd ontdekt en bracht de Belgische koninklijke familie in grote verlegenheid. "De Coburgers hebben geen scrupules," schreef de Engelstalige krant Levant Herald, terwijl de jonge Leopold een uitbrander kreeg van zijn vader: "Je hebt jezelf belachelijk gemaakt. We moeten ten zeerste beducht zijn voor krachten die de Belgische nationaliteit willen vernietigen. Ik hoop dat je beseft hoe gevaarlijk het is wanneer men geen vertrouwen in je heeft en twijfelt aan jouw oordeelsvermogen."

In zijn dagboek schreef de jonge Leopold echter dat hij de sultan nog wel van iets méér wilde beroven dat een stel juwelen: "Het is niet onmogelijk om met vijf- à zesduizend vastberaden mannen en een aantal stoomboten Constantinopel bij verrassing in te nemen en zichzelf tot Keizer van het Oosten uit te roepen. We moeten in Brussel een regiment huurlingen bijeenbrengen om het Turkse rijk geheel of gedeeltelijk in te palmen."

Grootspraak

Nadat Leopold zijn vader in 1865 was opgevolgd, werd het hem echter snel duidelijk dat het Belgische leger militair niet tot grote daden in staat moest worden geacht. Dat was te wijten aan het recruteringssysteem. Er bestond immers geen dienstplicht, maar een systeem van loting dat zonen uit de begoede klasse die zich "erin hadden geloot" toestond om zich te laten vervangen door mensen uit de lagere klassen. Toen Brussel in 1870 mobiliseerde omwille van de verhoogde spanning tussen Frankrijk en Pruisen, bleek het Belgische leger niet in staat om de recruten van de voorbije tien jaar bij elkaar te krijgen. De proleten uit de laagste klassen (veelal analfabeten) die de voorgaande jaren onder de wapens waren geweest, waren bij gebrek aan vaste woonst immers grotendeels onvindbaar. In 1871 stelde Leopold daarom voor om een algemene dienstplicht in te voeren, maar de regering wilde er niet van weten.

Pas in 1909, op Leopolds sterfbed, kwam die algemene dienstplicht er. Het gevolg was dat België zich onmiddellijk tot grootse militaire daden in staat achtte. In 1913 schreef de generale staf in een geheime nota dat in geval van een Duitse aanval, het Belgische leger in staat zou zijn om een tegenaanval te lanceren en het hele Rijnland te veroveren. Een jaar later bleek dat allemaal grootspraak te zijn geweest.

Oorlogstaal

Dit belette België niet om na de Eerste Wereldoorlog opnieuw met de wapens te kletteren. Hoewel Luxemburg een mede-geallieerde was geweest en Nederland neutraal was gebleven in de oorlog, eiste België de annexatie op van Luxemburg, Zeeuws-Vlaanderen en Limburg. De Belgische oorlogskreten klonken zo luid dat Nederland overwoog om een preventieve aanval te lanceren op Antwerpen en Brussel. Den Haag zag daar pas van af nadat het van de Amerikaanse president Wilson de verzekering had gekregen dat de Verenigde Staten militair garant zouden staan voor de Nederlandse territoriale integriteit. België richtte zijn agressie dan maar op Duitsland. Het bezette samen met Frankrijk het Rijnland en viel in 1923 ook de Roerstreek binnen. Volgens Lord Robert Cecil was de Roerbezetting "een van de domste dingen die een regering ooit heeft gedaan." Het leidde tot een ineenstorting van de Duitse economie en leverde aldus de voedingsbodem voor het nazisme.

Sindsdien heeft België zijn militaire dromen opgeborgen. Onder Albert I en zijn volgelingen werd een unitair georganiseerd sociaal-corporatistisch welvaartsstelsel het kleefmiddel dat België bij elkaar houdt. Zo hoeft niemand nog tegen het buitenland ten strijde te trekken. Men kan vechten voor België door de "verworven sociale rechten" te verdedigen. Let er maar eens op: de enigen die nog oorlogstaal gebruiken, zijn de vakbonden en de zogenaamde "sociale" sector.

29/03/05

Leeuw