2005 is een jubeljaar voor België. U zal bijgevolg uw portie historische leugens en halve waarheden via de regimepers te slikken krijgen. Het is een spijtige zaak dat de Vlamingen hun geschiedenis niet kennen, want die zit vol interessante heroïsche en romantische figuren waarvan het Belgische regime wenst dat wij ze zouden vergeten. Zo komt het dat weinigen ooit gehoord hebben over luitenant-generaal van Geen. Hij stierf in 1846 als banneling in Rijswijk omdat hij in 1830 de kant van zijn wettige vorst had gekozen.
Jozef van Geen werd geboren in september 1773 in Gent als jongste van drie zonen. Na de dood van zijn vader Arnold, zond zijn moeder hem naar het seminarie van Leuven. Toen in 1789 de Brabantse omwenteling uitbrak, schaarde Jozef zich aan de kant van de opstandelingen en werd soldaat bij de "kanaries," de in geel uniform gestoken troepen van Jean-Baptiste Dumonceau (1760-1828), de graaf van Bergendal en latere maarschalk van Holland. Daarmee begon een militaire carrière die van Geen tot grote hoogte zou leiden. Amper 19 jaar oud was hij in maart 1793 reeds luitenant bij het bataljon Gentse jagers. In 1795 trad hij, net als Dumonceau, in dienst van de Bataafse Republiek. Toen Holland in 1810 door Frankrijk geannexeerd werd, werd van Geen, inmiddels kolonel, naar Portugal en Spanje gestuurd, waar hij deel uitmaakte van de Franse bezettingsmacht.
Na de val van Napoleon werd van Geen generaal in het Nederlandse leger. Hoewel hij provinciaal commandant van Utrecht was, vroeg hij in 1819 een commando bij de koloniale troepen op Indonesië, wellicht omdat twee van zijn vier zoons daar eveneens dienden. Hier beleefde van Geen zijn glorietijd. Hij werd een ware militaire legende door de verovering van Celebes in 1825 en het neerslaan van een opstand op Java twee jaar later. In februari 1829 werd van Geen, die inmiddels baron was geworden, benoemd tot luitenant-generaal en opperbevelhebber van het Groot Militair Commando te Namen. Het Verenigd Koninkrijk was militair in zes dergelijke commando's ingedeeld, met standplaatsen te respectievelijk Amsterdam, Deventer, Gent, Antwerpen, Maastricht en Namen. Het Groot Commando te Namen was bevoegd voor de provincies Henegouwen, Namen en het groothertogdom Luxemburg.
In september 1830 meldde van Geen aan koning Willem dat hij alleen nog kon rekenen op de Hollandse, Vlaamse en Luxemburgse soldaten, maar dat de Walen massaal deserteerden. Op 5 oktober trok hij met de trouw gebleven soldaten naar Antwerpen. Kroonprins Willem, de latere Willem II, die een verraderlijke rol had gespeeld tijdens de Belgische Omwenteling in de hoop om koning te kunnen worden van een met België herenigd Frankrijk, bood van Geen het opperbevel van het Belgische leger aan. Van Geen weigerde. In plaats van "Belg" te worden, ging hij naar Noord-Brabant, dat door prins Willem aan België was toegewezen. Hij nam, samen met een andere geboren Gentenaar, baron van den Bogaerde, de goeverneur van Noord-Brabant, de verdediging van Breda op zich. Daarna verdreef van Geen de "Belgen" uit Tilburg en Eindhoven. Aldus bleef Noord-Brabant behouden voor Nederland.
Na de scheiding der Nederlanden vestigde van Geen zich in het Noorden, waar hij stafchef werd van het Nederlandse leger. In augustus 1831 nam hij deel aan de tiendaagse veldtocht en trok via Turnhout, Geel en Diest op tot Leuven. Het zou de laatste keer zijn dat hij nog in het Zuiden kwam, waar de herinnering aan de grote Vlaming geheel is verdwenen. In Nederland draagt een kazerne zijn naam en werd in 1928 een passagiersschip naar de Gentse generaal genoemd.
Overigens was van Geen niet de enige Vlaming die na de Belgische onafhankelijkheid als banneling eindigde. In 1841 vatten twee voormalige Vlaamse generaals die wegens hun orangistische sympathieën uit het leger waren gezet, graaf Augustus Van der Meere en baron Jacob Van der Smissen, het plan op om koning Leopold te kidnappen en België terug bij Nederland te voegen. Het plan werd verijdeld en de twee ex-generaals werden gearresteerd, samen met de Belgische minister van Landsverdediging, generaal Gérard Buzen. De minister, een geboren Fransman, had ten huize van Van der Smissen kogels helpen gieten. Buzen pleegde zelfmoord in zijn cel en de twee ex-generaals werden ter dood veroordeeld. Omdat Leopold I echter geen martelaars wilde creëren, kreeg Van der Meere gratie op voorwaarde dat hij naar Amerika emigreerde, terwijl Van der Smissen op een nacht, blijkbaar met bijzonder gemak, uit zijn cel ontsnapte. Hij vluchtte naar Duitsland, waar hij in 1856 overleed.
Alfred Van der Smissen, de zoon van de orangistische comploteur, maakte echter carrière in het Belgische leger. In 1864-67 leidde hij het Belgische expeditieleger in Mexico. Die troepen zaten ginds omdat Charlotte, de dochter van Leopold I, keizerin van Mexico was. Het Mexicaanse avontuur eindigde in een militair debacle, de val van het keizerrijk en de waanzin van Charlotte. Van der Smissen die in Mexico grote wreedheden beging, bracht het nadien tot vleugeladjudant van Leopold II. In 1886 liet de generaal een staking in Henegouwen uit elkaar schieten, met 24 doden als gevolg. Mogelijk was zijn wreedheid ten dienste van België een gevolg van pogingen om de familiale oneer uit te wissen. Van der Smissen pleegde zelfmoord in 1895. Zowel Philippe, de graaf van Vlaanderen, als diens zoon, de latere koning Albert I, woonden de uitvaart bij.
Het verhaal gaat dat de Mexicaanse ex-keizerin Charlotte in 1867 in Brussel beviel van een zoon. Dit kind, de latere Franse generaal Maxime Weygand, zou verwekt zijn door Alfred Van der Smissen. Uit foto's blijkt een opvallende gelijkenis tussen Weygand en zijn vermeende vader. De opvoeding van Weygand zou gedeeltelijk gefinancierd zijn door de Belgische koninklijke familie. Indien het verhaal waar is, was ook Maxime Weygand, chefstaf van het Franse leger in 1940, een "Vlaamse generaal," net zoals de stafchef van het Nederlandse leger dat honderd jaar eerder was.
30/12/04
