Over de toekomst van de katholieke kerk lieten de voorbije dagen vele commentatoren hun licht schijnen. Meestal is wat men te lezen of te horen krijgt, niet erg relevant. Onze editorialisten en kerk-specialisten analyseren de situatie immers vanuit het kleine Vlaanderen. Vervolgens extrapoleren ze die situatie naar de wereld, waardoor ze blind zijn voor het feit dat het katholicisme, behalve in West-Europa, wereldwijd in volle groei is. Die groei wordt veroorzaakt door de verkondiging van uitgerekend die conservatieve ethische waarden die Rome volgens onze commentatoren moet afzweren om terug aansluiting te krijgen bij de hedonistische tijdsgeest in West-Europa. Het is echter West-Europa dat ziek is; niet de wereldkerk. Het is West-Europa dat de aansluiting met de 21ste eeuw heeft gemist; niet de universele kerk. Het is de intellectuele elite in West-Europa, met Rik Torfs op kop, die letterlijk wereldvreemd is; niet wijlen Johannes-Paulus de Grote.
Het Vaticaan houdt er een ander tijdsperspectief op na dan de rest van de wereld. De kerk denkt in eeuwen. De huidige leegloop van de kerken in West-Europa leidt in Rome niet tot een paniek die het plots noodzakelijk maakt om de leerstellingen te veranderen in een poging de geseculariseerde Europese mens naar de mond te praten. "Stat crux, dum volvitur orbis" luidt het Latijnse gezegde: Het kruis staat onveranderlijk terwijl de wereld (dol)draait.
Honderdduizenden jonge mensen hebben vorige week gerouwd om de overleden paus. Onze commentatoren beweren nochtans dat de kerk onder Johannes-Paulus "de aansluiting met de jeugd" heeft gemist. Hoe rijmt men daarmee het intense verdriet van de jeugd? Een VRT-journalist beweerde dat de jeugd zich met de paus verwant voelde omwille van diens "verzet tegen het kapitalisme," maar niet omwille van zijn "conservatieve ethiek." Hoe weet die journalist dat? Ik ken nogal wat jongeren die zich reeds een jaar lang voorbereiden op de internationale jongerendagen in augustus in Keulen, waar Johannes-Paulus van plan was om aanwezig te zijn. Deze jongeren voelden zich uiteraard aangesproken door de "sociale bekommernis" van de paus, maar evenzeer door zijn "ethisch conservatisme" en die aspecten van zijn boodschap waaraan onze Torfsen zich ergerden.
Het is bijgevolg om minstens drie redenen een illusie te verwachten dat de kerk haar boodschap onder een volgende paus moet "bijschaven." Ten eerste is West-Europa al lang niet meer het zwaartepunt van de kerk; ten tweede doet de kerk niet mee aan de modieuze tendensen van de tijdsgeest, want de boodschap van de kerk is van alle tijden; ten derde voelen jonge mensen zich aangesproken door radicale boodschappen die om concrete offers vragen.
Johannes Paulus maakte met zijn radicale boodschap en zijn zogenaamde "ethisch conservatisme" duidelijk dat de wereld niet onze werkelijke thuis is, maar dat wij voor een betere plaats geschapen zijn. Heel zijn boodschap ademde de heimwee uit naar deze plaats. Deze paus was de paus van de heimwee. Vaak dacht men dat het een heimwee naar Polen was, en ongetwijfeld was die er ook, maar het was ook een heimwee naar het hemelse vaderland.
Toen zijn dood op 2 april op het Sint-Pietersplein werd bekend gemaakt, zongen de aanwezigen spontaan het Salve Regina, de ontroerende smeekbede tot Maria waarmee in kloosters elke avond de dag wordt afgesloten. Het bevat de verwijzing naar de mensheid als "exules, filii Evae:" bannelingen, kinderen van Eva", roepend om verlossing uit het aardse tranendal.
"Al het optimisme van onze tijd is vals en ontmoedigend want het poogt te bewijzen dat wij passen in de wereld. Het christelijk optimisme is gebaseerd op het feit dat wij niet passen in de wereld," zo schreef de Engelse journalist en katholieke bekeerling G.K. Chesterton in 1907 in zijn boek Orthodoxie: "De moderne filosoof had mij telkens en telkens weer gezegd dat ik op de juiste plaats was, en ik had toch altijd nog een gedruktheid gevoeld, zelfs als ik me daar bij neerlegde. Maar nu had ik gehoord dat ik op de verkeerde plaats was, en mijn ziel zong van vreugde als een vogel in de lente. Deze kennis ontdekte en verlichtte vergeten kamers in het donkere huis van mijn kinderjaren. Nu wist ik waarom de groenheid van gras mij altijd even eigenaardig toegeschenen had als de groene baard van de reus in het sprookje, en waarom ik zelfs thuis heimwee kon hebben."
Van die heimwee, die het fundament van het ware geluk is, was wijlen onze paus doordrongen. Ik denk dat jong en oud dit in hem herkende, en dat juist dit hem zo dierbaar maakte in de ogen van velen. Wat jong en oud in Johannes-Paulus aantrok, was zijn vreugde, het gevolg van zijn grote heimwee naar God bij Wie hij intussen is thuisgekomen. Christenen zijn mensen in de wereld, maar niet van de wereld. Dàt is het grote verschil tussen christenen en secularisten.
Voor de jongeren in het geseculariseerde West-Europa lijkt het gevoel van heimwee en gemis me nog groter dan voor oudere generaties. Ze zijn immers opgegroeid in een wereld waarin geen absolute waarden meer gelden. Toch verlangen jongeren naar waarden en moreel leiderschap. Niet het "anti-kapitalisme" van de paus sprak de jeugd aan, maar het anti-materialisme. De jongeren zochten bij Johannes-Paulus II niet het zogenaamde "eigentijdse," maar het universele en datgene wat van alle tijden is. Zo ontstond de paradox dat hoe ouder de paus werd, en hoe meewariger men in de media over hem deed, hoe meer jongeren er naar de internationale jongerendagen trokken waar hij sprak. Ze wilden een man horen die hen niet naar de mond praatte, maar een stem liet klinken die authentiek was, onbevreesd en radicaal. Hij vulde hun harten met heimwee naar een samenleving waarin moraal belangrijker is dan mode, en het eeuwige belangrijker dan het tijdelijke.
06/04/05
Andere pausartikelen door Paul Belien:
't Pallieterke, 8 maart 2005
't Pallieterke, 21 oktober 2003
