Nederland 175 jaar geleden voor de vijfschaar

Dr. Paul Belien

Vaak wordt vergeten dat niet de binnenlandse situatie de doorslag gaf bij de Belgische secessie van 1830-31, maar wel de internationale grootmachten.


De dichter Everhard J. Potgieter (1808-1875) is een van de vertegenwoordigers van de romantiek in Nederland. Waar de vertegenwoordigers van de romantiek in het Zuiden, met Hendrik Conscience als voornaamste exponent, de glorietijd van Vlaanderen verheerlijkten in de 13de en 14de eeuw, deden de Noorderlingen dat met de glorietijd van Holland in de 17de eeuw. Zo ook Potgieter in zijn bekende gedicht "Het Rijksmuseum te Amsterdam," verschenen in 1844.

Dat gedicht bezingt de lof van de "Hollandse maagd" die ooit de "meesteresse der zee" was geweest, in een tijd toen Nederland één der supermachten was en "Europa's bewondering wegdroeg." Vandaag echter, zo zegt Potgieter tot zijn tijdgenoten over voornoemde maagd, "gij, die het leest, als ik die het schrijf, wij waren er getuigen van hoe zij, vóór luttel jaren, met haar partij voor de vijfschaar gedaagd, vonnis ontving van wie haars gelijken, haar minderen zijn geweest."

Internationaal recht

Deze passage verwijst naar de gebeurtenissen van 1831 toen de vijf mogendheden op de Conferentie van Londen (Frankrijk, Groot-Brittannië, Pruisen, Oostenrijk en Rusland) de Belgische onafhankelijkheid erkenden. Dat gebeurde tegen de zin van Willem I en blijkbaar ook die van Potgieter en het lezerspubliek waartoe hij zich richt.

In het internationaal recht geldt het principe van de niet-inmenging in de binnenlandse aangelegenheden van andere naties, evenals het principe dat staten respect moeten hebben voor de territoriale integriteit van andere landen. Vandaag wordt dat principe meer en meer op de helling gezet. Zo ziet men een toename van internationaal ingrijpen in andere landen om daar een "regimewissel" door te voeren. De Verenigde Naties, maar ook de NAVO sinds de val van het Ijzeren Gordijn, en de Verenigde Staten onder invloed van de internationale agenda der neo-conservatieven, maken hiervan in toenemende mate gebruik.

Al heb ik de Amerikaanse interventie in Irak in 2003 verdedigd, het is een gevaarlijke evolutie, zeker wanneer internationaal gewapend ingrijpen er bovendien op gericht is de territoriale integriteit van andere landen aan te tasten, zoals dit feitelijk het geval was met de NAVO-tussenkomst in Joegoslavië.

Weinige mensen beseffen dat wijzelf, inwoners van het huidige Vlaanderen, de eerste historische slachtoffers zijn geweest van een multinationaal militair ingrijpen waarbij een land door de grootmachten gedwongen werd om zijn soevereiniteit over een deel van zijn grondgebied op te geven. Dat gebeurde op het moment waarnaar Potgieter bitter verwijst: toen de "Nederlandse maagd" in 1831 voor de "vijfschaar" werd gedaagd en, zonder dat zijzelf daarbij aanwezig was of gehoord werd, "vonnis ontving van wie haar gelijken waren."

Embargo

Inderdaad beslisten de vijf toenmalige grootmachten dat Nederland zijn zuidelijke provincies diende af te staan aan de revolutionairen die een jaar eerder in Brussel hadden amok gemaakt. Dit dictaat werd door wat men vandaag een "internationale vredesmacht" zou noemen, aan Nederland opgelegd. Toen koning Willem in de zomer van 1831 het wettelijk gezag in het Zuiden wilde herstellen, kwam het Franse leger tussenbeide om dit te beletten. Omdat Willem de militaire forten rond Antwerpen bezet hield, blokkeerde de Britse vloot vanaf de herfst van 1832 de Nederlandse territoriale wateren, terwijl de Franse artillerie met 65.000 man en 105 kanonnen de Nederlanders wegbombardeerde uit de citadel van Antwerpen.

Nederland bleef een internationale paria, waarrond een maritiem cordon en een internationaal handelsembargo bleef gehandhaafd, tot het zich in 1839 bij de met geweld door de internationale machten opgedrongen beslissing neerlegde. Niettemin bleven heel wat burgers in de Nederlandstalige gebieden van het jonge België gehecht aan hun legitieme vorst. Toen de Duitse professor Johann Wilhelm Löbell kort na het Franse bombardement Antwerpen bezocht, noteerde hij in zijn dagboek dat "vele gewone burgers geen geheim maken van hun orangistische sympathieën" terwijl een andere Duitse bezoeker, C. Ludovic, in 1845 schreef: "De stemming onder de Antwerpenaars is allesbehalve Belgisch."

"Sereen klimaat"

In ons land werd bewezen dat gewapende interventie door de internationale gemeenschap niet altijd leidt tot vrijheid en democratie. Zo komt het dat, in tegenstelling tot de Noord-Nederlanders die vandaag in een parlementaire democratie leven, wij in het Zuiden integendeel een regime kennen waar het parlement geen rol mag spelen. Hier is, zoals Guy Verhofstadt op 11 mei jl. in de Kamer naar aanleiding van het niet-splitsen van B-H-V verklaarde, voor elke beslissing "een sereen klimaat" nodig, en daarmee bedoelt men uitdrukkelijk niet de parlementaire meerderheidsregel, "want," aldus Verhofstadt letterlijk, "onder de dreiging van een stemming in het parlement, creëert men zo'n klimaat niet. Zo werkt ons samenlevingsmodel niet."

12/05/05

Leeuw