Het parochieblad verandert binnenkort van naam. "Kerk en Leven" wordt "Kerk en Leve België." Op die manier wil het episcopaat zijn steentje bijdragen aan de jubel ter gelegenheid van 175 jaar onland. Vorige week pakte het blad daarom reeds uit met een stuk onder de titel "Leve België." Guido Naets dacht eerst nog dat het "om te lachen was." Maar neen, bij God, het was bittere ernst, deze lofzang op ons "ongelofelijk land België."
Men kan van de katholieke kerk hier te lande niet zeggen dat zij haar tradities overboord gooit. Zoals kardinaal Van Roey in 1930 schreef: "Als herders van uw ziel verklaren wij dat België uw vaderland is. Voorzeker moogt gij de streek liefhebben waar gij de taal van spreekt, maar België alleen heeft recht op de verplichtingen van de vaderlandsliefde welke de wet Gods oplegt." Of zoals kardinaal Mercier voorhield: "Motus iste flandricus a diabolo inventus - De zogenaamde Vlaamse Beweging is een uitvinding van de duivel."
Het is verbazend dat de kerk in Ierland en Polen wél de nationale ontvoogdingsstrijd steunde, maar in Vlaanderen niet. Hoe zou dat toch komen? Stel je voor dat de Ierse bisschoppen vermaand zouden hebben: "Het is uw goddelijke plicht Groot-Brittannië lief te hebben." Of de Poolse bisschoppen: "Als herders van uw ziel verklaren wij dat Rusland uw vaderland is." Het episcopaat diende ginds echter geen regime waardoor het gevoed werd. Bij ons heeft de kerk altijd België gediend omdat België de clerus betaalt. Wiens brood men eet, diens woord men spreekt. Het Belgische episcopaat dient de mammon. Dat zal pas veranderen op het ogenblik dat men de financiering van de erediensten afschaft. Het wordt tijd dat de Vlaamse Beweging deze eis aan zijn eisenpakket toevoegt. Ik stel dit niet alleen als Vlaming maar ook als katholiek, want het redden van de Kerk is voor mij belangrijker dan het redden van Vlaanderen.
Jaja, ik ken het tegenargument: de overheidswedde voor de eredienst is een compensatie voor de confiscatie van kerkelijk bezit tijdens de Franse Revolutie. Napoleon heeft dat meesterlijk gespeeld door de kerk zogenaamd te compenseren en haar tegelijk aan de staat schatplichtig te maken. In 1815 waren alle bisschoppen in de Zuidelijke Nederlanden door Napoleon benoemde Fransen. Zij verboden de gelovigen op straf van excommunicatie om staatsambtenaar te worden. Mgr. Capaccini, de internuntius in Brussel, betreurde die beslissing in een rapport dat hij in 1829 aan het Staatssecretariaat in Rome stuurde, "omdat het gevolg ervan is geweest dat de meest invloedrijke posten in het koninkrijk naar protestanten en lauwe katholieken zijn gegaan." Als de katholieken in het Nederlandse bestuur ondervertegenwoordigd waren, aldus Capaccini, dan was dat niet de fout van koning Willem maar van de plaatselijke bisschoppen. Capaccini was inderdaad uit een meer integer hout gesneden dan Mgr. Rauber, de ijdele Duitser die vandaag nuntius in Brussel is en die zijn beledigende brieven aan de Vlaamse regering laat opstellen door een franskiljonse adviseuse.
Toen in 1831, na de protestant Willem, diens achterkozijn, de protestant Leopold, in Brussel op de troon kwam, bleek het gebrek aan een katholieke vorst plots geen bezwaar meer. Leopold was immers verstandiger dan Willem. Hij begreep dat de aanhankelijkheid van de bisschoppen aan de dynastie via de mammon liep en kocht de bisschoppen om. Vergeet de leugens hoe "liberaal" het jonge België en zijn vorst wel waren. In 1842 vertelde Leopold aan Mgr. Fornari dat hij het katholicisme waardeerde omdat het "leert dat respect voor de door God gegeven autoriteiten een plicht is." (Al had die plicht blijkbaar niet gegolden ten opzichte van kozijn Willem.) "Ik heb deze afschuwelijke boetiek op een solide basis, het katholicisme, gegrondvest," zo sprak Leopold over België tot zijn echtgenote. Dat cynisme vervulde hem weliswaar met "walging," maar de materiële voordelen die België hem opleverde "zijn groot en rechtvaardigen een redelijke mate van tevredenheid."
In 1838 liet hij baron Goswin de Stassart verwijderen als voorzitter van de Senaat omdat die, zo schreef Leopold aan nuntius Fornari, "niet te vertrouwen is als katholiek." In ruil liet Fornari de al te liberale bisschop van Gent, Mgr. Van de Velde, verwijderen. Dat gebeurde door de bisschop om te kopen met 9.000 frank (45.000 euro vandaag), plus een maandelijkse toelage van 250 frank. Drie jaar later vertrouwde de koning aan de ambassadeur van Piemont toe dat hij de persvrijheid aan banden wilde laten leggen "omdat die het katholicisme ondermijnt," en een nieuwe schoolwet wilde: "Als ik erin slaag het onderwijs in handen van de bisschoppen te leggen en uit handen te nemen van de gemeentebesturen, die gedomineerd worden door de liberalen, dan zal ik de toekomst van België veilig gesteld hebben."
Zo waren kerk en regime twee handen op één Belgische buik. Later zou Albert I aan dit belangenverbond tot wederzijdse voordeel, de socialisten toevoegen. "koning, kerk en kapitaal," zegt men ten onrechte. Het is: Koning, kerk en socialisme.
Het enige gevaar dat België bedreigde was de democratische meerderheid. Om die Nederlandse meerderheid onderdanig te houden, kreeg zij geen onderwijs in eigen taal. Dat recht ontzegden de Habsburgers de verschillende volkeren in hun dubbelmonarchie zelfs niet. Die genoten reeds in de 19de eeuw hoger onderwijs in eigen taal. Het ging dan ook om minderheidsvolkeren en geen meerderheidsvolk. Bij ons verzette de kerk zich even hardnekkig als het regime tegen onderwijs in het Nederlands. Nog in de 20ste eeuw klonk uit gemijterde monden dat onze taal "ongeschikt is voor cultuur en wetenschap" en dat het "onchristelijk en tegen de katholieke beginselen is om te ijveren voor een Nederlandstalige universiteit."
Christus kreeg geen staatsloon van de Romeinen. Daarom was Hij een vrij man die Aramees sprak en geen jubeljaren moest vieren voor het "ongelofelijk Romeinse rijk." Laat ons in Vlaanderen, na 175 jaar, de vrijheid van Zijn kerk herstellen.
13/01/05
