175 jaar kunstmatige staat
Dr. Paul Belien

Marc Reynebeau publiceerde op 3 januari zijn eerste column over 175 jaar België. We kregen de fabel te horen dat België helemaal geen kunstmatige staat is. Of beter, dat het niet kunstmatiger is dan om het even welke andere staat.

Alle staten zijn artificiële constructies, aldus Reynebeau, "omdat elke staat niet anders kan zijn dan het product van zijn geschiedenis, en dus van de omstandigheden, van het toeval of van beslissingen en machtsverhoudingen waar het zelf geen greep op heeft." Reynebeau zwaait graag met de Belgische vlag, omdat die vlag nergens voor staat.

Het is echter niet waar dat alle staten kunstmatige constructies zijn. Het verschil tussen een artificiële staat en een niet-artificiële ligt niet in hun ontstaan. Het ligt in hun bekwaamheid om te blijven bestaan, gedragen door de volkswil van een democratische meerderheid binnen een land waar zowel het volk als de regering onderworpen zijn aan de wet.

Gekrijs

Er bestonden in 1989 in Europa welgeteld vier artificiële staten: de Sovjet-Unie, Tsjechoslovakije, Joegoslavië en België. Nadat de democratie en het respect voor de rule of law er werden ingevoerd, vielen zowel de Sovjet-Unie, Tsjechoslovakije als Joegoslavië uit elkaar. Dit feit bewees dat deze drie landen artificiële staten waren, in tegenstelling tot Polen, Litouwen, Hongarije en de andere in 1989 bevrijde landen, die eveneens de democratie en de stelregel van de wet introduceerden, maar probleemloos bleven voortbestaan.

Is België een artificieel land? We kunnen het proefondervindelijk aantonen zodra we het aan de test van democratie en wettelijkheid onderwerpen. Die test heeft men nooit aangedurfd omdat dit zou impliceren dat België, omwille van zijn Vlaamse meerderheid, een zogenaamde "état belgo-flamand" wordt - iets dat aan de overzijde van de taalgrens op gekrijs wordt onthaald.

Zo waarschuwde Jean-Claude Van Cauwenberghe, de Waalse minister-president, zopas dat "2005 een risicojaar wordt" omdat sommigen in het noorden van het land "ervan dromen dat de macht van het getal boven de noodzaak van de consensus gaat." (De Tijd, 14 januari) In elke constitutionele democratie primeert echter de macht van het getal (zolang de meerderheid de grondwettelijke vrijheden van de minderheid niet schendt).

Meertalig

Een democratie steunt immers op het feit dat de minderheid zich neerlegt bij een beslissing van de meerderheid. In België kan zelfs de grondwettelijke verplichting om het kiesarrondissement B-H-V te splitsen niet uitgevoerd worden, zonder dreigend gekrijs van franstaligen die weigeren om het spel democratisch en met respect voor wet en grondwet te spelen. Hun "consensus" moet vervolgens via een compromis "afgekocht" worden. Dàt is het nu juist wat België tot een artificieel land maakt en staten zoals Nederland, Frankrijk, Duitsland, niet.

Of een land meertalig is of niet, heeft niets te maken met de al dan niet kunstmatigheid van de staat. Zwitserland is geen artificieel land. Op Portugal en Ijsland na, zijn alle landen van Europa meertalig. Zelfs het feit dat binnen een staat een hiërarchie van naties bestaat, zoals in het Verenigd Koninkrijk, waar een Britse natie bestaat die een Engelse en een Schotse omvat, maakt zo'n land niet tot een kunstmatige staat. De Britse staat overleeft, met respect "voor de macht van het getal," ook al hebben Engeland en Schotland een eigen rechtssysteem en al regeert vandaag in Londen een kabinet waarin de belangrijkste ministers Schotten zijn.

Dubbelmonarchie

Zelfs Oostenrijk-Hongarije (O-H), het historische voorbeeld waar Reynebeau en Benno Barnard zo graag naar verwijzen, was geen artificiële staat. Het respect voor de rule of law en de democratie was er groter dan in België vandaag. O-H was sinds 1867 een feitelijke confederatie: een dubbelmonarchie van twee landen met dezelfde vorst die alleen defensie, buitenlandse zaken en bepaalde economische kwesties gezamenlijk organiseerden. De Habsburgers wilden er zelfs een tripelmonarchie van maken door ook het koninkrijk Bohemen (Tsjechië) zijn soevereiniteit te verlenen. Ongetwijfeld wilden heel wat minderheidsvolkeren zich (terecht) van O-H afscheuren, maar indien de ramp der Eerste Wereldoorlog niet was gebeurd, hadden Wenen en Boedapest vandaag mogelijk nog steeds verbonden geweest binnen hun unieke confederatie.

Overigens had het ook in België kunnen lukken. De Vlamingen zijn nooit vragende partij geweest voor een scheiding. Indien de franstalige racisten aan de overzijde, die zich omwille van hun taal o zo superieur voelen tegenover de "boerkes" uit het noorden, hadden erkend dat de minderheid een minderheid is zelfs al spreekt ze Frans, dan had België tot een leefbare eenheid kunnen uitgroeien.

Vandaag is het daarvoor te laat, temeer omdat de overzijde nog steeds de rechten van de meerderheid ontkent.

15/01/05

Leeuw