Oud-premier Mark Eyskens geldt in België als een staatsman. Dat is natuurlijk alleen maar mogelijk omdat België een apenland is. Als men naar de troep kijkt die het overheidsapparaat vandaag is, kan men niet beweren dat wij de voorbije decennia door verstandige lieden werden geleid. Indien men bovendien de nieuwe generatie politici bezig ziet, de Pietertjes De Crem, de Bartjes Somers en de "vernieuwers" allerhanden in alle partijen, dan belooft dat al even weinig goeds voor de toekomst. Het ware beter dat het volk zijn lot in eigen handen nam en dat we allemaal staatsman of -vrouw werden. Dat kan: in een systeem van directe democratie, waarbij we zelf via referenda en volksinitiatieven op gemeentelijk, gewestelijk en nationaal vlak, rechtstreeks over ons lot beslissen.
Zo'n systeem vormt uiteraard een bedreiging voor de politieke kaste. Vandaar dat burggraaf Eyskens vorige week in Knack de referenda die sommige van onze buurlanden gaan houden over de Europese grondwet, afdeed als "demagogische" en "lichtzinnige" initiatieven, zelfs regelrechte "dwaasheid."
In België is men volgens Eyskens veel verstandiger. Daar heeft men over de herzieningen van de grondwet nooit een referendum gehouden, ook al waren die bijzonder ingrijpend. Men moet, zo luidt het argument van onze wijze christen-"democraat", de mensen niet naar hun mening vragen over een "grondwet die niemand gelezen heeft en die ook onleesbaar is."
De bevoegdheid om dergelijke onleesbare teksten op hun waarde te beoordelen, komt volgens de "democraten" die ons besturen, uitsluitend toe aan de regenten in het kabinet en hoogstens aan de volksvertegenwoordigers. Alleen zij zijn bekwaam genoeg om het onleesbare te begrijpen.
Het lef waarmee Eyskens dergelijke zaken in een nieuwsmagazine zoals Knack durft verkondigen, wekt verbazing. De bekentenis dat men ons, zowel op Belgisch als Europees vlak, bewust opzadelt met bewust onleesbare grondwetten, is hemeltergend. Een grondwet is geen vodje papier; de grondwet is het charter dat het volk tegen staatswillekeur beschermt. Nochtans ontzeggen politici aan het volk elke zeggenschap over dit document, enerzijds door er een onleesbare brij van te maken, anderzijds door de burgers te verhinderen er hun mening over te uiten.
Indien de Europese grondwet werkelijk onleesbaar is, zoals de oud-premier beweert, dan moet dit feit alleen al hem ertoe verplichten om zich tegen die grondwet te verzetten. Het tegendeel is echter waar. Eyskens is uitdrukkelijk voor de Europese grondwet, net zoals hij en zijn partij en alle traditionele partijen, de opeenvolgende Belgische grondwetsherzieningen van 1970, 1980, 1988-89, 1993 en 2001 hebben goedgekeurd. Ook dat gebeurde in bewuste pogingen om het constitutionele raamwerk van de staat zo ingewikkeld, onleesbaar en onbegrijpbaar mogelijk te maken. Dit vergroot immers de mogelijkheden van de regenten om te doen wat ze willen.
De geschoffeerde burger heeft daarom overschot van gelijk wanneer hij voor een partij stemt die minachting heeft voor dergelijke onleesbare "grondwet" en voor de hele politieke kaste die ze heeft uitgedokterd. De cynische Eyskens is een typische vertegenwoordiger van deze kaste. Zijn (grond-)wetgevend werk was even groot kladwerk als zijn schilderijen.
Gelukkig staat het staatsbestel dat Eyskens en Co hebben opgebouwd, vandaag onder toenemende druk. Het is geen toeval dat de burggraaf zich in hetzelfde interview waarin hij de onleesbare grondwet verdedigt, van leer trekt tegen "het Angelsaksische model dat Europa verovert." Dit "Angelsaksische model" heeft uiteraard ook zijn gebreken, maar het doelbewuste nastreven van onduidelijkheid hoort daar niet bij. De "Angelsaksers" hebben geen consensuscultuur waarbij het opstellen van het onleesbare compromis als het summum van politieke staatskunde wordt beschouwd. Een "Angelsaksische" staatsman is iemand zoals George W. Bush of wijlen Ronald Reagan die knopen doorhakt en keuzes maakt.
Men hoeft het met die keuzes niet eens te zijn, maar ze zijn tenminste duidelijk. Het is opvallend dat onze politieke kaste (waartoe ook de journalisten behoren) met zulke "Angelsaksische" politici graag de spot drijft. Men stelt ze steevast voor als dom. Ik heb nooit begrepen waarom, tot ik vorige week Eyskens las. Men vindt ze dom omdat men denkt dat ze niet in staat zijn een onleesbare en onbegrijpbare politieke brij te produceren. Duidelijkheid is voor de niet-"Angelsaksische" politicus of journalist blijkbaar synoniem voor simplisme.
Zo schreef Luc Van der Kelen toen Condoleezza Rice vorige week zes expliciet genoemde landen tot "voorposten van de tirannie" verklaarde, dat dergelijke uitspraak van "simplisme" getuigt. Ook hekelde hij Rice's "stadspleintest;" haar stelling dat men niet in een vrije samenleving leeft indien men niet in het midden van het stadsplein kan gaan staan en daar zijn mening kan uiten zonder gearresteerd te worden. Volgens Van der Kelen kan men niet "I love the Communist Party" roepen op het grasplein voor het Witte Huis zonder gearresteerd te worden. Hij vergist zich. Het is in de VS niet verboden om met het spandoek "I love the Communist Party" (of gelijk welke tekst) op Lafayette Square, het plein voor het Witte Huis, te gaan staan. Het eerste amendement van de Amerikaanse grondwet garandeert (leesbaar en voor iedereen verstaanbaar) absolute vrijheid van meningsuiting.
Sinds 1981 bevinden er zich onafgebroken extreem-linkse demonstranten op Lafayette Square - nota bene aan de kant van het Witte Huis, zodat de president ze kan zien staan. Het politiereglement voorziet om veiligheidsredenen alleen dat de groep zonder voorafgaandelijke toelating niet groter mag worden dan 25 man en dat men spandoeken en tekstborden moet vasthouden en niet mag achterlaten. Ik wil wel eens zien wat er gebeurt als 25 burgers met het spandoek "Ik houd van het Vlaams Belang" postvatten in het Brusselse Warandepark, voor het paleis van Albert II.
20/01/05
