Auschwitz en de wakkere koning
Dr. Paul Belien

Er is in de hele wereld mogelijk geen plek waar meer mensen de dood vonden dan in Auschwitz. Toch kan men, zestig jaar na datum, wanneer alle mededaders dood zijn, niet meer op zoek gaan naar individuen die moeten boeten voor de industriële uitroeiing van mensen die hier plaats vond. De aanwezigheid van de Duitse president op de herdenking van de zestigste verjaardag van de bevrijding van Auschwitz was dan ook terecht.

Collectieve schuld is een concept waarvan Christus ons heeft bevrijd. De Bijbel zegt in het boek Exodus weliswaar dat de kinderen zullen boeten voor de zonden van de vaders, maar Christus brak hier radikaal mee door de boete voor alle zonden op zich te nemen. Zelfs individuele zonden worden de mens niet langer aangerekend indien hij oprecht berouw betoont, laat staan dat hij moet boeten voor de zonden van zijn vader.

Men kan daarom al evenmin bezwaar hebben tegen de aanwezigheid van koning Albert op de herdenking in Auschwitz, ook al is Albert de zoon van één van de weinige Belgen die reeds tijdens de oorlog op de hoogte waren van de gruweldaden die bedreven werden in de uitroeiingskampen. Toen ik Albert donderdag op televisie in Auschwitz zag, vroeg ik me echter af of hij in Polen aan zijn vader heeft gedacht, of aan dokter Gebhardt die hem als knaap heeft verzorgd? Het moet eigenaardig zijn te weten dat men de vriendelijke kant heeft aanschouwd van een monster.

Lijfarts

Leopold III wist reeds tijdens de oorlog wat er in de Nazi-kampen gebeurde, maar lag daar niet wakker van. Men was in Laken, in tegenstelling tot de misleide flaminganten die met de Waffen-SS naar het Oostfront trokken, uitstekend op de hoogte omdat de Duitse dokter Karl Gebhardt een huisvriend was van zowel koningin-moeder Elisabeth als van Leopold III. Gebhardt was niet alleen een SS-generaal, maar ook (sinds midden jaren dertig) de lijfarts van de Belgische koninklijke familie. Hij werd na de oorlog opgehangen omdat hij medische experimenten had uitgevoerd op gevangenen.

Leopold was van die gruwelijke praktijken op de hoogte want Gebhardt had hem erover verteld. We weten dit dankzij Lord Keyes. In zijn boek "Outrageous Fortune" (1984), ironisch genoeg bedoeld als een boek tot zuivering van Leopolds gedrag tijdens de oorlog, vertelt Keyes (eveneens een huisvriend van de Coburgs) een anecdote die Leopold hem na de oorlog zelf had toevertrouwd. Kort na Leopolds huwelijk met Lilian Baels in het najaar van 1941, kwam Gebhardt op bezoek. In aanwezigheid van Lilian gaf hij "een snoevende uitleg over de experimenten die hij uitvoerde op menselijke proefkonijnen." Die visuele beschrijving greep de zwangere Lilian zozeer aan dat Leopold zijn beklag deed bij kolonel Werner Kiewitz, de Duitse verbindingsofficier in Laken. Kiewitz zei "dat het niet nodig was voor de koning om Gebhardt in de toekomst nog te ontvangen en beloofde dat hij hem weg zou houden." Dat dit niet gebeurde blijkt echter uit het feit dat Gebhardt de koninklijke familie tot het najaar van 1944 bleef bezoeken.

Rassenvraagstuk

Al wist de koning begin 1942 dus reeds zeer gedetailleerd wat SS-misdadigers zoals Gebhardt in plaatsen zoals Auschwitz uitspookten, dit belette hem niet om het nazi-regime goedgezind te blijven. Nochtans hield het "rassenvraagstuk" Leopold 's nachts uit zijn slaap. Aan zijn secretaris, graaf Robert Capelle, vertrouwde hij in februari 1942 toe dat indien Duitsland de oorlog tegen Rusland zou verliezen, het "blanke ras" door het "gele gevaar" vernietigd zou worden: "Soms word ik wakker in het midden van de nacht en vraag mezelf af of er iets gedaan kan worden om de catastrofe te vermijden. Onze beschaving zal in elkaar storten en ons ras worden vernietigd."

De vernietiging van het joodse ras die op datzelfde ogenblik bezig was, hield hem helaas niet uit zijn slaap. Integendeel. In maart 1943, twee maanden na de val van Stalingrad, adviseerde Capelle de koning om zich in het publiek van de Nazi's te distantiëren. Leopold weigerde met de woorden dat hij zich "niet wilde keren tegen een ideeënstelsel waarmee ik geneigd ben in te stemmen."

Safari

Ook na de oorlog zocht Leopold nog graag het gezelschap van voormalige SS-ers op. Gebhardt werd weliswaar door de Amerikanen opgehangen, maar een andere vertrouweling van Heinrich Himmler, de bioloog Ernst Schäfer, ontsnapte de dans. Hij was naar Venezuela gevlucht, waar hij in 1949 een natuurreservaat opende in het Amazone-gebied. Schäfer was een beroemde ontdekkingsreiziger die in de jaren dertig een SS-expeditie naar Tibet leidde op zoek naar de bakermat van de Ariërs. Tijdens de oorlog was hij chef van het Sven Hedin Instituut, een SS-organisatie die raszuiverheid onderzocht. Zo fotografeerde Schäfer medische experimenten in Dachau, bezocht samen met Himmler kampen in Polen en bestudeerde schedels afkomstig van slachtoffers uit Auschwitz. Toen Leopold in de jaren vijftig door het Amazone-woud trok, deed hij dat in het gezelschap van Schäfer.

Het is mogelijk dat Albert vorige donderdag in Auschwitz aan al deze zaken heeft gedacht. Geen enkele van de aanwezigen die de herdenking in Polen bijwoonden, stond familiaal immers zo dicht bij diegenen die werkelijk wisten wat er in Auschwitz gebeurde en zich desondanks uitdrukkelijk niet wensten te keren tegen het ideeënstelsel dat dit veroorzaakte.

Het is echter ook mogelijk dat Albert helemaal niet aan zijn pa dacht. Misschien zat hij met zijn gedachten bij B-H-V en zijn wankele koninkrijk. Leopold liet destijds zijn slaap niet voor de Nazi-kampen; zijn zoon ligt vandaag ongetwijfeld wel wakker van de toekomst van België, bedreigd door Vlaamse secessionisten die Albert in zijn toespraken graag afschildert als "racisten" en van wie de royalistische partij PS beweert dat zij de zonen zijn van de schuldigen van Auschwitz.

28/01/05

Leeuw