Zes stellingen over vrijheid en België
Paul Belien
1. België is financieel bankroet.

Vijf jaar geleden (januari 1993) publiceerde Nucleus het artikel "Wachten op de klap". Daarin was, aan de hand van een concreet voorbeeld, te lezen dat de druk van de overheidsschulden zodanig zwaar is dat de Belgische Staat zijn essentiële taken niet langer kan vervullen en stilaan is weggezakt naar een Oosteuropees niveau. Dat stelden we eind april opnieuw vast met de ontsnapping van Marc Dutroux. De Belgische overheid is zelfs niet in staat om zijn allergevaarlijkste misdadiger te bewaken. Dit is niet de schuld van een complot of van onkunde, maar van een schrijnend gebrek aan middelen.

Toch dragen wij, Belgische onderdanen, genoeg middelen af aan onze Staat. Onze belastingdruk behoort tot de hoogste ter wereld. Volgens OESO-cijfers is de gewone Belgische arbeider wereldkampioen belastingen betalen. Feitelijk werkt hij elk jaar tot eind augustus exclusief voor de fiscus en begint hij pas in september voor zichzelf te werken (de Amerikaan kan de fiscus vanaf midden april reeds vergeten, het OESO-gemiddelde ligt op midden mei en het Europese gemiddelde op einde juli).

Maar ons Vadertje Staat, die wij zo gul met geld bedenken, besteedt liefst één derde (32,3%) van zijn totale inkomsten aan het betalen van interesten op de schulden die hij in het verleden heeft gemaakt. Ook dat is een wereldrecord. Van januari tot maart werken wij enkel en alleen om rentelasten te betalen op schulden uit het verleden. Tijdens die twee volle maanden werken we dus niet eens om die schulden zelf af te lossen, neen, die schulden zijn zo gigantisch groot (meer dan 120% van het BBP) dat we twee hele maanden moeten werken om de interesten op de oude nog uitstaande schulden van de Staat te kunnen betalen. Pas daarna kunnen we aan het aflossen van de schulden zelf beginnen denken.

Dat zal zo nog decennia doorgaan. In de jaren 70 en 80 is in België zodanig met geld gesmeten dat onze toekomst nog voor tientallen jaren is gehypotheceerd.

De concrete cijfers leren dat de Belgische Staat in 1995 670 miljard frank spendeerde aan het betalen van interesten op schuld. Vergelijk dit bedrag met de 33 miljard die dat jaar aan justitie werd besteed en je begrijpt dat gebeurtenissen zoals de ontsnapping van Dutroux onvermijdelijk zijn. Als wij in het verleden zuinig hadden geleefd, zouden wij thans aan justitie een twintigvoud kunnen besteden van wat het vandaag krijgt, maar onze politici waren niet zuinig en daar moeten wij vandaag voor boeten.

Dutroux werd bewaakt door amper twee rijkswachters, want er was geen geld voor een derde man. Die rijkswachters moesten zelf dossiers gaan halen voor mijnheer Dutroux, want er was geen geld voor personeel om dat te doen. Toen Dutroux wegliep, moesten de rijkswachters een wagen van een toevallige passant in beslag nemen om de achtervolging in te zetten, want er was, eveneens wegens geldgebrek, geen rijkswachtvehikel beschikbaar aan het gerechtsgebouw. Dàt is België anno 1998 - mismeesterd in het verleden moet het daarvoor vandaag en nog tot diep in de 21ste eeuw boeten.

De helft van wat u verdient, gaat dus naar de Staat, een derde daarvan dient om de interesten op de gigantische schulden van het verleden te delgen, zodat de Staat bij al zijn overige taken noodgedwongen moet improviseren en zich behelpen met lapmiddelen.

2. Het financieel failliet is het gevolg van het politiek failliet.

Wie de schuld draagt voor de wanhopige situatie waarin ons land verkeert, is bekend. Het zijn niet de arme rijkswachters, de magistraten of de ambtenaren die wegens geldgebrek de middelen niet krijgen om hun job naar behoren uit te voeren, het zijn de onbekwame en onverantwoorde politici die in de jaren 70 en 80 de gigantische Belgische schuldenberg hebben gecreëerd.

Eén van deze onbekwamen zwaait nog altijd de plak. Wie heeft er als zwaargewicht onafgebroken in elke regering gezeten sinds 1981 geleden? Wie werkte sinds 1972 onafgebroken als topadviseur of kabinetschef op ministeriële kabinetten? Wie begon 26 jaar geleden zijn carrière als adviseur bij wijlen Jos De Saeger op het departement Openbare Werken toen daar in de vroege jaren zeventig letterlijk met miljoenen belastinggeld gesmeten werd? Wie? Jawel, Jean-Luc Dehaene, onze "betrouwbare gids"!

Is deze "gids" door wiens toedoen wij in het moeras gesukkeld zijn en door wiens toedoen wij jaarlijks twee maanden moeten werken om de interesten te betalen op de schulden waarmee hij ons opgezadeld heeft, in staat om ons uit de miserie te helpen? "Men moet beseffen dat diegenen die het land in de budgetaire en communautaire chaos hebben gestort waarin het zich thans bevindt, niet bekwaam zijn een oplossing te vinden om er terug uit te raken," zo schreef Nucleus in februari 1992, enkele maanden na het aantreden van Dehaene als premier. We blijven erbij: Met Dehaene komt het in dit land nooit meer goed.

3. Het politiek failliet is het gevolg van het moreel failliet.

Toch zijn niet alleen de politici, maar ook wij allen, het volk, schuldig aan de ellendige toestand waarin wij vandaag verkeren. Niemand heeft ons immers verplicht om de "betrouwbare gids" te volgen. Toch heeft het volk dit vrijwillig gedaan. Elk democratisch land, ook het onze, heeft de politici die het verdient. Met Dehaene komt het nooit meer goed, en met het electoraat van dit land al evenmin.

Toen de socialisten in 1995 in een financieel schandaal terecht kwamen, werden zij electoraal niet afgestraft. Integendeel, zij wonnen de verkiezingen. Corrupte kiezers hebben geen bezwaar tegen corrupte politici. Het stoort zulke kiezers niet dat hun verkozenen belastinggeld afkomstig van andere burgers in eigen zak steken, zolang deze verkozenen maar garanderen aan hun kiesvee dat de Staat ook dit kiesvee zal blijven bedenken met andermans belastinggeld.

Zo wordt de democratie een systeem waarbij verkozenen zoveel mogelijk overheidsgeld proberen door te sluizen naar hun eigen electorale achterban. De democratie in de zg. "verzorgingsstaat" met zijn "sociale herverdeling" wordt een subtiel omkoopmechanisme waarbij eenieder zichzelf probeert te verrijken op kap van andermans (belasting)geld.

Daarom ondervinden alleen liberale en conservatieve partijen, m.a.w. partijen die gesteund worden door kiezers die dit "herverdelingsmechanisme" aanklagen en het aan banden willen leggen, nadeel van corruptieschandalen. Maar socialistische, sociaal-democratische en "christelijk"-travaillistische partijen, die de corrupte "herverdeling" verdedigen, niet. Deze corrupte partijen cateren voor corrupte kiezers die zich aan corruptie niet storen. Er mogen in Brussel, Luik en Charleroi nog duizenden etterbuilen openbarsten binnen de Parti Socialiste, dat zal de PS nauwelijks stemmen kosten.

4. Het systeem is niet te remediëren.

32 procent van de Belgische actieve bevolking is staatsambtenaar (in Wallonië zelfs 45%). Wanneer men daar de 12% werklozen bijtelt, plus de vele bejaarden die een staatspensioen trekken, stelt men vast dat méér dan de helft van ons electoraat voor zijn inkomen rechtstreeks afhankelijk is van de Belgische Staat. Deze mensen hebben belang bij een bestendiging van de bestaande toestand. De corrupte Belgische Staat is de broodheer uit wiens hand zij eten. Elke hervorming die deze Staat bedreigt, hetzij separatisme dat tot het verdwijnen van de Belgische Staat leidt, hetzij een "thatcheriaanse revolutie" die de financiële herverdelingsstromen grotendeels drooglegt, vormt een rechtstreekse bedreiging voor meer dan de helft van het Belgische electoraat. Zij zullen nooit voor fundamentele verandering stemmen omdat zij geen fundamentele verandering willen.

Daarom is geen enkele hervorming mogelijk langs democratische weg en stevenen wij met zijn allen af op een maatschappelijke catastrofe die onontwijkbaar is: het regime zal imploderen. Op een dag zal men Dutroux laten lopen, omdat er zelfs geen geld meer is om twee rijkswachters ter bewaking met hem mee te sturen. Op een dag zal men vaststellen dat al het geld "herverdeeld" is onder de corrupte politici en het corrupte electoraat, en dat de Staat geen middelen meer heeft om de minimale taken te vervullen waaraan een normale Staat zijn bestaansreden ontleent: het handhaven van de openbare orde.

De zg. democratische "verzorgingsstaat" of "welvaartsstaat" is inherent immoreel omdat hij de bevolking corrumpeert. Democratie leidt naar corruptie. Men kan dit alleen vermijden door (zoals John Stuart Mill honderd jaar geleden reeds bemerkte) het stemrecht te ontnemen aan al diegenen die van de Staat leven. Doet men dat niet, dan verwordt de democratie tot een stelsel waarbij kiezers hun stem uitbrengen voor die politici die hen het meeste geld beloven afkomstig van andere belastingbetalers.

Hoe groter de druk op de Staat wordt en hoe meer deze dreigt te bezwijken onder het nakende failliet, met des te meer verbetenheid zal het electoraat dat de Staat als broodheer heeft, het bestaande regime ondersteunen. Daarom zien we, in deze nadagen van de welvaartsstaat, de electorale macht en arrogantie van de socialisten groeien naarmate de implosie van de Westeuropese sociaal-democratieën dichterbij komt. De socialisten winnen overal de verkiezingen en ook extreem-links en zg. "extreem-rechts" (dat in feite een variant van extreem-links is) rukken op.

5. Extreem-rechts is extreem-links.

De opmars van links, extreem-links en extreem-rechts hebben dezelfde oorzaken. Het corrupte electoraat wil de staatsmacht bestendigen. De term "nationaal-socialisme" spreekt voor zich. William Pfaff schrijft in "The Wrath of Nations; Civilization and the Furies of Nationalism" dat nationalism de logische uitloper van communism is. Daar zit waarheid in, al is dit voor mensen die niet vertrouwd zijn met wat angelsaksers onder het woord nationalism verstaan, wellicht verwarrend.

In de continentaal-Europese politicologische terminologie wordt "nationalisme" als een conservatief, rechts begrip beschouwd. Wat wij onder dit conservatieve nationalisme begrijpen, noemen ze in de angelsaksische wereld patriotism (een begrip dat voor de liefde staat voor het eigen gezin, de eigen tradities, de eigen heimat, de eigen natie), terwijl wat bij hen nationalism heet er gelijk staat met wat wij fascisme noemen. Voor een conservatieve Amerikaan is "patriotisme" dus een positief begrip terwijl het voor ons eerder pejoratief klinkt, terwijl voor "nationalisme" het omgekeerde geldt. Een Vlaams-nationalist die in een gesprek met Amerikanen of Engelsen zichzelf voorstelt als a nationalist, moet er rekening mee houden dat zij deze verklaring zouden kunnen interpreteren als een bekentenis van fascisme. Hij doet er beter aan zichzelf voor te stellen als a Flemish patriot.

De breuklijn tussen het traditionele, conservatieve nationalisme (wat de angelsaksers dus "patriotisme" zouden noemen, en het zg. "extreem-rechtse" nationalisme (dat dus in feite "links" is) tekent zich vandaag af binnen het Vlaams Blok en leidt er tot spanningen tussen de conservatieve Vlaams-nationale rechtervleugel en de "extreem-rechtse", de zichzelf "rechts-nationalistisch" noemende, linkervleugel van de partij.

Oorspronkelijk stelt het "nationalisme" van de Vlaamse beweging zich tot doel de Belgische Staat op te doeken en te vervangen door een Vlaamse natie, die men vervolgens op een patriotische manier (in de positieve, conservatieve, angelsaksische betekenis van dit woord) kan liefhebben. Bovendien is ook het liberale element altijd sterk aanwezig geweest: men was tegen de bestaande (Belgische) Staat en beschouwde de Staat als een vijand.

Deze combinatie van liberalisme en separatisme vindt men ook sterk terug bij de moderne libertarische denkers (zoals Hans-Hermann Hoppe, Murray Rothbard en andere aanhangers van Ludwig von Mises) die voorstander zijn van kleine landen omdat hierdoor de staatsmacht beperkt wordt gehouden en de economische en politieke vrijheid wordt vergroot. In Vlaanderen laat het weekblad Trends (Frans Crols) en de Vlaamse Volksbeweging (VVB) van Peter De Roover zich duidelijk door dit liberaal-separatisme inspireren.

Het Vlaams Blok is van het traditionele Vlaams-nationalisme meer in de richting van het socialistische "rechts"-nationalisme doorgeschoven. Wanneer men het logo van het Vlaams Blok bekijkt uit de beginjaren, dan ziet men dat de partij zich "de Vlaams-nationale" partij noemt (Vlaams-nationaal omdat men een Vlaamse natie nastreeft, eerder dan omdat men een nationalist is). Vandaag noemt de partij zich echter meer en meer "de Vlaams-nationalistische" partij (omdat het Vlaams-nationale element aan belang heeft ingeboet ten opzichte van het "rechts"-nationalistische). Het Vlaams Blok wordt dan een partij die zich naast de buitenlandse "rechts-nationalistische" partijen schaart en steeds opvallender een extreem-linkse koers gaat volgen met dito jargon en symboliek (1-mei-manifestaties, toespraken die met de aanspreking "kameraden" beginnen, pleidooien voor grotere staatstussenkomst in de economie, een volledig door de Staat georganiseerd ziekteverzekeringsstelsel, enzovoort).

Electoraal heeft deze koers de partij geen windeieren gelegd. Vermoedelijk zal het dat, in de nadagen van de welvaartsstaat, blijven doen. Toch zal het Vlaams Blok op deze manier nooit een valabel alternatief worden dat de implosie van de welvaartsstaat, waarin alle bestaande partijen ten onder zullen gaan, kan overleven. Sommigen in het Blok beseffen dit. De meer conservatieve, traditionele Vlaams-nationale vleugel is immers nog aanwezig binnen de partij en is samen met de conservatief-libertarische strekking binnen de VLD (Boudewijn Bouckaert, Paul De Grauwe, ...) de enige partijpolitieke strekking binnen het Vlaamse politieke landschap die enig toekomstperspectief kan bieden.

6. Opa gaf het goede voorbeeld.

Het enige zinvolle dat een individuele burger kan doen die moet leven onder een uitzichtloos en niet remedieerbaar politiek stelsel, is zoals de dissidenten destijds in Oost-Europa deden, persoonlijk in de waarheid gaan leven. Als we dat met een voldoende grote groep gaan doen, dan valt het regime.

De waarheid waarvan we ons vandaag opnieuw sterk bewust zullen moeten worden indien we de inherente corruptie van de zg. verzorgingsstaat willen overwinnen, is dat belastingen een vorm van diefstal zijn die door de Staat op zijn onderdanen wordt gepleegd, dat geld afkomstig van belastingen bijgevolg gestolen geld is en dat een eerzaam persoon zo'n geld daarom weigert te aanvaarden.

Vroeger besefte men dat beter dan vandaag. Zo las ik onlangs in een heemkundig tijdschrift het levensverhaal van Frans, een bejaarde man die als jonge kerel werkloos werd na de sluiting van een fabriek in 1930.

Frans woont nog thuis, bij zijn ouders. Zijn vader, een kleine boer, vraagt na de laatste werkdag aan zijn zoon wat hij nu van plan is te gaan doen. We luisteren even naar het verhaal van Frans:
"Toen ik na de laatste werkdag op de fabriek thuiskwam, tegen de vooravond, was vader juist bezig met 'boomrollen' te klieven om er klompen mee te maken. Toen hij mij zag vroeg hij onmiddellijk:
- Frans, is het toch waar wat ge daar gisteren, vertelde over het sluiten van de fabriek?
- Ja, vader.
- En wat gaat gij nu doen?
- Wel, vader, ik ben lid geworden van het syndicaat en ik mag nu gaan doppen.
- Doppen, mens dat bestaat niet, dat laat ik niet toe. Ge moet op eigen benen leren staan, en zorgen dat ge opnieuw aan het werk zijt, en liefst zo rap mogelijk.
- Maar vader, waar is er nog werk te krijgen, er worden nog dagelijks werklieden afgedankt in plaats van aangenomen.
- Afgedankt of niet afgedankt, daar trek ik mij niets van aan, ik aanvaard van niemand steun. Ge blijft voorlopig maar bij mij werken, we zullen samen uitzien naar werk, maar ge dopt niet, verstaan."

In de handen van die vader zou ik mijn politiek lot vandaag graag leggen. Hij was geen corrupte kiezer, hij stond zelfs niet toe dat men hem met overheidsgeld zou corrumperen, hij was bijgevolg een vrij mens. Alleen mensen die vrij zijn, hebben het recht in een vrij land te leven. Of een mens vrij is, hangt enkel en alleen van hemzelf af. Het is een kwestie van wilskracht en van moraliteit.

Leeuw