Conservatisme: de nieuwe stroming
Paul Belien

Het is mode om waarden en waarheden op hun kop te zeten. Chesterton schreef destijds een boek over omgekeerde en op hol geslagen christelijke waarden. Vandaag wordt gewoonweg alles omgekeerd. Racisme bijvoorbeeld.

De term racisme, zoals die thans gebruikt wordt, dekt allang niet meer de oorspronkelijke inhoud van dit begrip, namelijk het anders behandelen van mensen op grond van hun etnische herkomst. Integendeel, de "anti-racist" van vandaag is iemand die zich juist schuldig maakt aan het anders behandelen van mensen op grond van hun etnische herkomst.

Zo ken ik een Antwerps priester die elke verwijzing in de pers naar de nationaliteit van een misdadiger als racistisch bestempelt, tenminste zolang het slachtoffer een Vlaming is en de dader een gastarbeider. Wordt integendeel een gastarbeider mishandeld door een Vlaming, dan moet niet alleen expliciet verwezen worden naar de raciale toestand van slachtoffer en dader, maar moet de oorzaak van het gepleegde misdrijf hoe dan ook uitsluitend raciaal geïnterpreteerd worden, zelfs indien het om een uit de hand gelopen café-ruzie gaat.

In Groot-Brittannië won enige tijd geleden een blanke vrouw een proces tegen een gemeente die voor een job van buurtwerker uitsluitend een zwarte wilde aannemen. De gemeente verantwoordde haar beslissing met het argument dat zij aan "positieve discriminatie" had willen doen. Zet het racisme op zijn kop en het wordt "positief."

Het hedendaagse feminisme is een ander voorbeeld van een op hol geslagen waarde. Etymologisch verwijst het woord naar de eigenheid van de vrouw. Feminisme-op-zijn-kop daarentegen is het stelselmatig ontkennen van deze eigenheid, en stelt zich tot doel vrouwen volledig gelijk te maken aan mannen. De Sovjet-Unie kan dan doorgaan als het feministische paradijs bij uitstek, waar vrouwen zich in het beroepsleven net zo erg mogen afsloven als mannen.

De tijdsgeest is tegenwoordig dusdanig dat diegenen die vasthouden aan de oorspronkelijke etymologische betekenis van de termen, het veld hebben moeten ruimen voor diegenen die de waarden op hun kop hebben gezet. De werkelijke racisten schelden de anti-racisten uit voor "racist." De echte feministen worden door de belijders van het feminisme-op-zijn-kop voor "anti-feminist" uitgescholden. "Racisme" betekent niet langer racisme, "feminisme" niet langer feminisme, "pacifisme" niet langer pacifisme, "democratie" niet langer democratie, enz.

Om verstaanbaar te zijn moet men zich vandaag voortdurend van kunstgrepen bedienen. In een geschreven tekst is het plaatsen van aanhalingstekens een nuttig instrument om aan te tonen dat men het thans algemeen verspreid woordgebruik overneemt zonder dat men het daar volledig mee eens is. Bijvoorbeeld: de "pacifisten" sloegen een politieman in elkaar.

Of men kan een prefix toevoegen, zoals de Belgische jezuïet Roger Vekemans met werkgebied in Latijns-Amerika, onlangs tijdens een lezing in Brussel deed toen hij zich voorstelde als een "oud-katholiek," dus een katholiek in de autentieke en oorspronkelijke betekenis van het woord, geen katholiek-op-zijn-kop zoals wijlen rector De Somer van de KUL.

Toch zijn deze kunstgrepen slechts lapmiddelen en vaak leiden ze tot nieuwe verwarring. Vekemans is dan wel een "oud-katholiek," hij is geen oude katholiek, en evenmin een oud-katholiek, dit is een aanhanger van de Oud-Katolieke Kerk, een kerk die vorige eeuw in Nederland ontstond. En het plaatsen van aanhalingstekens - zoals de Duitse krant Die Welt bijvoorbeeld opvallend en systematisch doet rond "DDR" - leidt tot nieuwe beschuldigingen, namelijk van fanatisme.

Het is moeilijk normaal te blijven wanneer abnormaal "normaal" is geworden. Want niet alleen het politieke en filosofische taalgebruik is op zijn kop gaan staan, ook het dagelijkse. Als jongere voelt men zich "oud," terwijl een massa ouderen op hun kop staan, luidop schreeuwend: "Wij zijn jong, want we zijn met onze tijd mee!"

Maar kijk, uiteindelijk blijkt alles slechts een paradox. Men mag het aanpassingsvermogen van de natuur niet onderschatten. Wetenschappelijke proeven hebben uitgewezen dat wanneer iemand een bril opgezet krijgt waardoor hij de realiteit ondersteboven ziet, de hersens na verloop van tijd het ontvangen beeld corrigeren en opnieuw recht zetten.

Thans constateren we dat in het maatschappelijke denken hetzelfde natuurlijke mechanisme speelt. Enige tijd werd de indruk gewekt dat diegenen niet met hun tijd mee waren die tegen een abnormale tijdsgeest in bleven verkondigen dat wat normaal is normaal is en abnormaal is wat abnormaal is. Maar geheel onverwacht is het beeld zich onlangs beginnen corrigeren en blijkt het omgekeerde. Steeds duidelijker blijkt de toekomst open te liggen voor het conservatisme. Wie dacht niet met zijn tijd mee te zijn, stelt tot zijn verbazing vast erop vooruit te zitten.

Een aantal zestigers hebben het daarmee tegenwoordig moeilijk. In hun ogen zijn de hedendaagse veertigers - die generatie die in de jaren zestig revolutie speelden - nog steeds de jeugd, terwijl ze vergeten dat de jongeren vandaag de twintigers zijn.

Ik herinner me nog levendig een persconferentie van het ACW twee jaar geleden waarop voorzitter Willy D'Havé het "pacifistische" rakettenstandpunt van zijn beweging uiteenzette. Ik was er als verslaggever van Gazet van Antwerpen met mijn 24 jaar de jongste van het gezelschap. D'Havé ging naast me zitten en begon een gesprek: "Zo jong? En ge werkt voor zo'n conservatieve krant? Voelt ge u als jonge kerel daar niet gefrustreerd? Moogt gij daar uw mening wel schrijven?"

Ik antwoordde naar waarheid dat ik bij mijn krant als twintiger alles kwijt kon wat ik maar wilde. Dat was duidelijk niet het antwoord dat D'Havé verwacht had. Hij wisselde daarna geen woord meer met me. Waarschijnlijk begreep hij het niet.

Als er een type mensen is dat ik minacht dan zijn het de zestigers die twintig jaar geleden op hun kop gingen staan om met hun tijd mee te gaan. Met enig leedvermaak kan men daarbij vaststellen dat hoe harder zij achter hun tijd aanholden, hoe verder zij er op achter geraakten.

Leeuw