Over God en de VLD
Mr. Paul Belien

Het Hayek-symposium in Gent op 23 maart was een unieke gelegenheid om vragen te stellen aan Hayek-specialisten. Nucleus is een blad dat op de wip zit tussen christen-democratie en liberalisme. Vooral de relatie Hayek en de Kerk interesseert ons. Kurt Leube, hoogleraar economie aan de Universiteit van Stanford en jarenlang privé-secretaris van wijlen Friedrich Hayek, bevestigde dat de liberale nobelprijswinnaar een paar keer door de paus ontvangen werd. "Dat gebeurde in totaal drie keer. Telkens op verzoek van het Vaticaan", aldus Leube. "De eerste keer, in 1980, ontving Hayek de uitnodiging via het aartsbisdom Wenen - kardinaal König, als ik me goed herinner".

Toen Hayek in maart 1992 begraven werd, was er op de begraafplaats een priester aanwezig. Hayek had daarom gevraagd, vertelde Leube. Niettemin noemt Hayek zich in zijn laatste boek uitdrukkelijk "een agnost". "Dat betekent niets", aldus de Parijse economieprofessor Philippe Nemo, auteur van het Franse standaardwerk La Société de droit selon F.A. Hayek (P.U.F., 1988). "Hayek was wetenschapper in de angelsaksische traditie, waarin niets geschreven wordt als men het niet weet. Hij was in de letterlijke betekenis een a-gnost: hij wist niet of God bestond, wat heel wat anders is dan dat hij beweert dat hij weet dat God niet bestaat".

Moraliteit

"Over de band tussen liberalisme en christendom is nog niet veel geschreven, maar dat zal de komende jaren veranderen", voorspelt Nemo. Zelf houdt hij zich momenteel bezig met de studie van de markttheorie bij Thomas van Aquino. Het is Hayek die hem op dit spoor zette door Sint Thomas "de eerste liberaal" ("the first Whig") te noemen. Volgens de neo-liberaal Nemo is niet Adam Smith, maar Sint Thomas de vader van het kapitalisme. (Ik heb Nemo daarover onlangs in Parijs uitgebreid geïnterviewd voor het weekblad Trends van 29 april jl. Overigens heeft ook de Amerikaanse econoom en theoloog Michael Novak, een van de inspiratoren van de pauselijke encycliek Centesimus Annus uit1991 (zie Trends van 22 oktober 1992), de relatie St. Thomas-Hayek diverse keren benadrukt).

Wat is nu die band tussen liberalisme en religie? Het is de overtuiging dat de vrijheid niet kan bestaan zonder een specifieke moraliteit die ons niet zozeer verplicht tot solidariteit, liefde en coöperatie met onze naasten, onze vrienden of mensen die wij min of meer kennen omdat zij tot dezelfde groep behoren, maar vooral tot samenwerking met de mensen die ver van ons staan, die wij niet kennen, de niet-groepsleden die, aldus Hayek, in de "gesloten" tribale samenlevingen daarom als "vijanden" bejegend zouden worden. Socialisme zowel als nationalisme zijn volgens hem een terugval naar dit tribale stadium (met protectionisme als economische consequentie), terwijl het liberalisme de "open" samenleving predikt waarin wij evenzeer geroepen zijn tot samenwerking met mensen die ver van ons af leven, zoals scheepsbouwers in Korea. We moeten met hun noden en doelstellingen evenzeer rekening houden als met die van de scheepsbouwers van onze eigen "stam" in Temse.

Kennisprobleem

Het probleem in de open samenleving is een kennisprobleem: hoe kennen wij de noden en doelstellingen van mensen die wij niet kennen? We kunnen ze niet kennen tenzij via het informatiekanaal dat de markt is. De prijs die men voor een produkt wil geven is een reflectie van de vraag naar produkten, wat op zijn beurt een reflectie is van de noden van mensen, hun doelstellingen en hun waardenpatronen. De markt is, niettegenstaande al zijn echte en vermeende gebreken, in een uitgebreide samenlevingsorde het enige kenniskanaal omtrent de verlangens van diegenen die we niet kennen. John Gray, hoogleraar aan Jesus College in Oxford en auteur van Hayek on Liberty (Oxford, 1986) schreef vorig jaar in zijn in memoriam bij Hayeks dood in het Amerikaanse conservatieve blad National Review dat Hayek de economische wetenschap herdefinieerde: "Voor Hayek gaat economie niet zozeer over welvaartscreatie, maar is het veeleer de studie van de ongeplande coördinatie van menselijke activiteiten door het marktproces - waarbij de markt niet tot taak heeft schaarse middelen, zoals kapitaal of fysiek materiaal, zijn bestemming te geven, maar wél om het schaarste middel van allemaal, namelijk de menselijke kennis, zo nuttig mogelijk te besteden".

Hoogmoed

Hayek heeft een beperkte dunk van het kennispotentieel van het individu. De filosofie van Hayek behoort tot wat Nemo de school van de beperkte rationaliteit noemt. Volgens Hayek neemt de kenniskracht van de mens toe naarmate hij in ruimte zowel als in tijd in verbinding staat met de kennis, de wijsheid en de ervaring van anderen. Daarom is Hayek een traditionalist. Hij hecht meer belang aan de door traditie overgeleverde wijsheid dan aan de rationele theorieën van een individu dat hoogmoedig meent het allemaal beter te weten dan zijn voorouders of de mensen rondom. Tradities bevatten wijsheid die van generaties her werd overgeleverd en waarvan de waarde ons vaak ontgaat omdat onze kennis te beperkt is. Socialisme is volgens Hayek vooral hoogmoed, zelfoverschatting, hubris: Men kan de samenleving niet verbeteren door ze maar eens rationeel te gaan herinrichten, door het maatschappelijk klimaat te gaan veranderen in functie van een of andere nieuwe idee die men in zijn hoofd heeft gestoken. Deze hoogmoedige socialistische mentaliteit heeft zich, zoals men weet, ook in de hedendaagse christelijke milieus diep ingekankerd, niettegenstaande het feit dat er volgens de christelijke traditie geen zonde zo erg is als de hubris.

Hayek is, zo zegt Hayek-kenner Paul Cliteur van de Rijksuniversiteit van Leiden, een conservatief in de zin dat hij Burke’s stelling onderschrijft dat het individu dwaas is maar de soort wijs (The individual is foolish, but the species is wise). Conservatisme is geen reactionair immobilisme - terug naar het verleden en daar verkrampt blijven zitten - maar openheid naar de toekomst, steunend op ervaringen en bouwend op instituties uit het verleden (zie in dit verband mijn interviews met Paul Cliteur en John Laughland in Trends van respectievelijk 15 en 22 april).

Evolutie Gemist

Er bestaan over het moderne liberalisme talrijke misverstanden, die zowel door zogenaamde "liberalen" als hun tegenstanders worden verspreid. Maar als liberalisme één ding niét is, dan is het wel geloof in de kracht van de redelijkheid van de individuele mens. Niettemin meent Clair Ysebaert, algemeen secretaris van de VLD, dat dit één van de karakteristieken van het liberalisme is (De Standaard, 22 maart). De grootste liberale filosoof van deze eeuw hechtte echter weinig geloof aan de kracht van de rationaliteit. "De cartesiaanse suggestie, dat we door middel van de rede onze natuurlijke instincten zouden kunnen bevredigen en rechtvaardigen, acht Hayek een van de voornaamste bronnen van de noodlottige hoogmoed van het moderne intellectuele rationalisme", aldus Kotterman-van de Vosse in Filosofen van het hedendaagse liberalisme (pag.44). "In de Westerse filosofie heeft zich, aldus Hayek, een trend geopenbaard waarin een 'onredelijk' hoog vertrouwen in het vermogen van de menselijke rede wordt gesteld.", aldus Boudewijn Bouckaert in het kwartaalblad Liberaal Reflex (4/90).

"Wanneer men beziet wat onder conservatief in de Verenigde Staten en Engeland verstaan wordt, ligt dat dichter bij het continentale liberalisme dan men doorgaans veronderstelt. [...] Voor conservatieven [in Angelsaksische betekenis] is kritisch voortdurend alles in Frage stellen een uiting van een bedenkelijk rationalistische trek in onze moderne cultuur. Wanneer iets al honderden jaren op een bepaalde manier gaat en een rationalist begrijpt niet waarom het zo gaat, ziet hij daarin een bewijs voor de onkritische houding van de mensen. De conservatief echter wijt die discrepantie tussen zijn eigen begrip van de wereld en de wereld zelf in eerste instantie aan zichzelf", aldus Cliteur in het boek Liberalisme vandaag (pag 15-17). Helaas hebben sommige VLD-ers de moderne evolutie in het liberale denken gemist.

Solidariteit

Maar ook Paul Stappaerts, docent aan het Hoger Instituut der Kempen, slaat in zijn reactie tegen Ysebaert (De Standaard, 16 april) de bal volledig mis. Hij verwijt het neo-liberalisme dat het de ik-cultuur predikt. "De mens is pas echt mens als hij geen ander mens meer nodig heeft, zo lijkt de nieuwe leuze", aldus Stappaerts. Tegenover dit zogenaamde "liberalisme" stelt hij dan het humane en christelijke gedachtengoed van Emmanuel Levinas, die "krachtig benadrukt dat de mens zijn bestemming en vervulling vindt in het gericht zijn op de ander". Nu is dat laatste echter juist datgene wat Hayeks liberalisme wél is: gerichtheid op de ander. Maar, beklemtoont Hayek, deze gerichtheid heeft geen verdienste wanneer zij georganiseerd wordt en verplichtend opgelegd door de staat, of wanneer zij zich beperkt tot diegenen die wij kennen. Zij heeft pas zin als zij komt vanuit het hart van het individu dat zich vrijwillig opent naar de onbekende toe. Gedwongen solidariteit is geen solidariteit, maar dwang. Solidariteit veronderstelt vrijheid. De openheid naar de ander toe veronderstelt het vrije individu. Vandaar de liberale nadruk op het individu als de vertrekbasis van maatschappelijke ordening. Vandaar de oriëntering op de noden van diegenen die wij niet kennen en de bereidheid om met mensen die niet tot onze groep behoren en die we zelfs nooit zullen ontmoeten toch samen te werken voor de verwezenlijking van hun doeleinden, die wij vaak zelfs niet begrijpen maar niettemin respecteren en die wij slechts kunnen kennen door de markt. Het is geen toeval dat Nemo zijn boek La société de droit selon F.A. Hayek opgedragen heeft aan Levinas "qui a enseigné à reconnaître l'Esprit dans l'Ouvert et le Nouveau".

"Levinas, qui", aldus Nemo in zijn voorwoord bij de Franse vertaling van het boek The Logic of Liberty van een andere grote moderne liberaal en geestes- en tijdgenoot van Hayek, de Hongaars-Britse filosoof Michael Polanyi, "a fondé sa philosophie sur l'impossibilité de toute totalisation de savoir, impossibilité saisie dans le cas crucial de la relation éthique".

Geen Individualisme

De markt leeft. Het is de voortdurende opeenvolging van impulsen waarbij informatie naar ons wordt doorgestuurd. Wij weten rationeel niet waarom prijzen dalen of stijgen, maar het zijn wel indicatoren waardoor wij kennis krijgen van de verlangens, noden en doelstellingen van alle anderen die deel uitmaken van de grote open samenlevingsorde. De markt is een communicatiekanaal waarop wij in een vrije maatschappij allen zijn aangesloten. Het is een kennisreservoir waartoe wij allen bijdragen en waarin de wijsheid van velen omtrent die zaken die zij het beste kennen, hun eigen praktische levenservaring, vervat zit. Als men hierover dieper nadenkt, stelt men vast dat dit zichzelf regulerende mechanisme vrije individuen vooronderstelt, die echter geenzins individualisten zijn. Integendeel, de zelfregulering kan slechts werken indien individuen handelen in functie van wat de groep doet (wat tot uiting gebracht wordt door de markt) en indien de groep (de markt) op zijn beurt door hun individuele en vrije initiatieven beïnvloed kan worden.

Het liberalisme, zegt Polanyi zeer terecht, is geen individualisme. Nergens handelen individuen individualistischer en egoïstischer dan in socialistische samenlevingen. Het liberalisme is een theorie van sociale ordening, waarbij de sociale orde tot stand komt door het initiatief van vrije individuen. Het liberalisme is bovendien de enige sociale orde die openstaat voor de participatie van een onbeperkt aantal mensen. Het liberalisme is niet "ikke, ikke, ikke, en de rest kan stikken", maar "ik en zoveel mogelijk anderen" - een vrij ik, gericht naar de anderen en via hen ook, zo zou Levinas zeggen, maar niet Hayek omdat hij het niet weet, op de ultieme, de onbekende, Andere.

Niemand Uitsluiten

Het liberalisme sluit dan ook niemand uit. Het liberalisme verwelkomt mensen, en zelfs bij voorkeur zoveel mogelijk en zo divers mogelijk. Hoe meer mensen, en hoe diverser hun achtergrond en hun ervaringen, hoe groter het kennisreservoir en de bron van levenswijsheid waaruit wij kunnen putten. Het liberalisme is absoluut antropocentrisch, net zoals het christendom. Vandaar dat men zich niet moet verwonderen over het naar elkaar toegroeien in de VS van neo-liberalisme en traditioneel, conservatief, katholicisme (zie Trends, 19 november 1992). En evenmin over het feit dat Hayek, net als de paus, overheidscampagnes om het geboortecijfer in ontwikkelingslanden te drukken, immoreel heeft genoemd, want er is volgens hem slechts één manier om uit onderontwikkeling te komen: kennis. En kennis veronderstelt mensen.

Vandaar dat abortus, zoals ik in mijn boek “Abortus: het grote taboe.” (Roularta Books, 1992) aantoon, ook vanuit neo-liberaal perspectief een vloek is. Het sluit niet alleen mensen uit - een handeling die een open maatschappij niet kan stellen zonder haar eigen open karakter te verliezen (zie mijn interview met de Amerikaanse liberaal-conservatieve filosoof George Weigel in Trends van 26 november 1992), maar het ontneemt de wereldgemeenschap jaarlijks het kennispotentieel van 40 miljoen mensen (minimale schatting).

We hebben meegemaakt hoe vooraanstaande leden van de "liberale" PVV tot de gangmakers van de Belgische abortuswetgeving behoorden. Vandaag zien we hoe de "liberale" VLD de gangmaker van euthanasie dreigt te worden (De Standaard, 15 april), en straks zal men ons wijsmaken dat deze houding blijk geeft van een "open", "liberale" ingesteldheid, terwijl er voor een echte liberaal geen waardeloze menselijke levens bestaan.

Leeuw